Medeoprichter Landelijke Organisatie Begraafplaatsen A.C. van Kooten overleden
Autoriteit begraafplaatsen zette branche op de kaart
31 mei 2010
In zijn woonplaats Dordrecht is afgelopen zaterdag op 62-jarige leeftijd onverwacht A.C. (Arie) van Kooten overleden.
Arie van Kooten had als beheerder/directeur van begraafplaats en crematorium De Essenhof in Dordrecht grote verdiensten voor de uitvaartsector, onder andere omdat hij in 1993 medeoprichter was van de Landelijke Organisatie van Begraafplaatsen (LOB).
Landelijk erkend
Mede door zijn gedreven inzet en deskundigheid groeide de LOB uit van een belangenvereniging met ca. 150 leden tot een landelijk erkende brancheorganisatie met ruim 640 leden nu, waarbij zo’n 1.500 begraafplaatsen in heel Nederland zijn aangesloten.
Arie van Kooten was vanaf 1999, toen de LOB werd omgevormd tot vereniging, tot 2008 secretaris van ‘zijn’ LOB. In dat jaar kozen de leden hem tot voorzitter. Uit die functie, én als beheerder/directeur van De Essenhof, moest hij zich helaas al in 2009 om gezondheidsredenen terugtrekken. Hij bleef echter als zeer betrokken adviseur aan beide organisaties verbonden.
Professioneel
Het feit dat de Nederlandse begraafplaatsen grote stappen hebben kunnen zetten in de verbetering van hun dienstverlening en ook een zorgvuldig en professioneel beheer en behoud van de begraafplaatsen wisten te realiseren komt grotendeels op het conto van Arie van Kooten.
Deuren geopend
“Met zijn uitstekende contactuele eigenschappen en deskundigheid wist hij onder meer bij de politiek en ministeries in Den Haag deuren te openen en aandacht voor onze sector te wekken”, reageert voorzitter Franc Korsten van de LOB op het overlijdensbericht van zijn voorganger.
“Overdracht van kennis is altijd de sterkte van Arie geweest. Menigeen in ons vak zal zich hem herinneren als examinator bij het IPC in Arnhem, waar hij ook aan de wieg stond van diverse cursussen voor uitvoerders en beheerders van begraafplaatsen. Arie van Kooten had een autoriteit in onze branche die hij altijd met een grote mate van betrokkenheid en veel charme uitdroeg.”