Streng doch rechtvaardig

© Anja Krabben

Wat als je genoeg hebt van het grind, de losse plantjes, de beeldjes, de gieters die mensen op, naast en achter het graf zetten? Hoe regels stellen? Maar vooral: hoe deze handhaven? Twee begraafplaatsen vertellen hoe ze dat aanpakken. En: hoe doen natuurbegraafplaatsen dat?

Samen houden we het binnen de perken

Samen houden we het binnen de perken.

Waarom je het als begraafplaats liefst niet te rommelig wilt hebben, hoeven we eigenlijk niet uit te leggen. Hoe meer los spul op de graven, hoe meer er wegwaait tijdens de steeds vaker voorkomende stormen, hoe meer extra werk voor de medewerkers. En hoe meer verontwaardigde rechthebbenden die willen weten waar hun kerststukje of grafengeltje gebleven is. Als spullen buiten het graf staan hindert dat het onderhoud van de begraafplaats, het maaien, snoeien en schoffelen. Maar ook kunnen scherpe randen of uitsteeksels de veiligheid van medewerkers in gevaar brengen en bepaalde materialen slecht zijn voor het milieu. En soms speelt het aanzicht ook een rol, zeker op oude historische begraafplaatsen.

De meeste begraafplaatsen hebben dan ook regels over wat wel en niet mag worden geplaatst op het graf. En als je die regels in beeld vastlegt, blijft dat beter hangen dan een A-4 met alleen tekst, zo dacht de gemeente Utrecht. De regels over wat er wel en niet op en rond het graf mag staan zijn in twee foto’s met tekst samengevat. (Zie de afbeeldingen op p. 15.) “Deze beelden worden meegestuurd bij de uitgifte van een graf,” vertelt Tanja Medema, Bedrijfsleider Begraafplaatsen. “Samen met een folder over maatvoering en uitleg waarom we deze regels hebben.” Zo is bijvoorbeeld grind, schelpen en bakstenen alleen toegestaan binnen een omranding die voorzien is van een bodemplaat. En mogen losse objecten op het graf worden geplaatst, zolang ze niet schadelijk of gevaarlijk zijn.

Medema: “De twee pdf’s hebben we ook op A0-formaat laten drukken op plastic. We kunnen die in klapborden op de grafvakken zetten en laten die dan rouleren.” Vervolgens is er een ronde gemaakt over de drie gemeentelijke begraafplaatsen, vertelt ze. “Vak voor vak is iedereen aangeschreven, daarbij zijn de regels gevoegd en lieten we weten dat de graven volgens de regels moesten worden aangepast. Mensen kregen vier weken de tijd om alles wat niet voldeed aan de regels weg te halen. Was het dan niet gebeurd, dan deden wij het voor ze. Op een enkele uitzondering na is dat eigenlijk heel goed gegaan, behalve dat het een behoorlijke klus was, zowel voor de binnen- als de buitendienst.”

Handhaving

Vervolgens is het belangrijk te blijven handhaven. “En handhaven werkt alleen als je het consequent doet. Hoe meer grijs gebied je laat bestaan, hoe meer discussie je feitelijk uitlokt, wat kan leiden tot onbegrip, teleurstelling en woede. Maar aan de andere kant wil je natuurlijk ook niet als een Obersturmbahnführer te werk gaan. Dus het is soms wikken en wegen. En uiteraard ook een kwestie van het personeel meekrijgen. Wij merken overigens dat het publiek op de ene begraafplaats het meer waardeert dat er regels zijn waarmee de buren aan banden kunnen worden gelegd – zoals Soestbergen, een oude begraafplaats met veel historie – dan op de andere. Op Daelwijck kun je een heel Xenos-filiaal aan beeldjes aantreffen.”

De regels zijn weliswaar op alle begraafplaatsen hetzelfde, maar de Xenos- en Action-beeldjes zullen op Daelwijck minder tegenstand ondervinden van mede-gebruikers dan op Soestbergen. Medema: “Wij meten dus wel degelijk met diverse maten. Bij voorkeur de menselijke maat. Maar daar zijn grenzen aan. Grind en bomen kunnen echt niet. Beplanting mag tot 60 cm hoogte, dus wat doe je met een conifeertje? Laten staan tot ie te hoog wordt en dan snoeien/toppen of weghalen.”

“Op dit moment is er een discussie binnen het team of we mensen direct gaan aanschrijven als we nu dingen zien die niet mogen en kunnen, zoals losse afsluitbandjes van de Hornbach, een paar zakken grind of kratten met onderhoudsspullen. En het weghalen als er niets aan wordt gedaan. Deze mensen zijn op de hoogte van de regels, of zouden dat kunnen en moeten zijn. Maar als je voor elke ongerechtigheid een brief moet sturen, kun je wel een extra personeelslid aannemen. We hebben daar nu geen strakke lijn in. Soms kennen de buitenjongens deze mensen en lossen ze het samen op. Soms sturen we een brief en soms halen we het gewoon weg.”

“Echte excessen komen gelukkig weinig voor. We hebben één keer een familie gehad die twaalf hortensia’s in het gras rondom het graf had gezet. ‘Want,’ zo zeiden ze, ‘we hebben juist om die reden een hoekgraf genomen. En we onderhouden die plek zelf wel.’ Sorry mensen, maar dat gaat echt niet.”

Geen uitzonderingen

In Sliedrecht zijn Margriet Groenhof, vakspecialist begraven, die ook de administratie van de begraafplaats doet, en Kees Ippel, beheerder sinds 2018, van plan geen enkele uitzondering te maken en zeker niet nu de Algemene begraafplaats onlangs is klaargemaakt voor de toekomst (met een uitbreiding en nieuwbouw, zie De Begraafplaats van april 2023). De laatste anderhalf jaar wordt er streng gehandhaafd op wat er op het graf wordt gezet. Ippel: “Op het informatiebord bij de ingang hangen foto’s: hoe het moet en hoe niet, wat is toegestaan en wat niet.” Vergelijkbaar met die in Utrecht.

Voorgangers hadden het totaal uit de hand laten lopen, zegt Groenhof. “Het had voor hen geen prioriteit. Het vervelendste zijn de graven waarop een staande steen is geplaatst en waarop mensen later zelf een omranding maken, bijvoorbeeld met basaltkeien, en zonder bodemplaat. En dan gaat het niet om één graf, nee, dat waren er best veel. De ruimtes zijn hier smal. Als er een bijzetting is, moeten de stenen links en rechts van het graf ook worden verwijderd. Soms komt het leegmaken van die plekken neer op puur stratenmakerswerk.”

Kees Ippel: “Het werd steeds erger met het grind, en trouwens ook met het kunstgras en houtsnippers, keitjes. In het ergste geval moest je dan bij een bijzetting van drie graven ook nog het grind verwijderen, apart houden en later als het monument er weer staat terugleggen, want dat verwacht de rechthebbende dan. Drie graven, dus je hebt met drie verschillende rechthebbende te maken, en ieder denkt er het zijne van. Nu hebben wij een low maintenance graszaad gekocht dat je niet veel hoeft te maaien. Dit zaaien we nu in tussen de monumenten. We zijn er zeer tevreden over. De nabestaanden en bezoekers ook.”

Alles wat mensen op een graf willen zetten, daar moet in principe een vergunning voor worden aangevraagd en dat moet vast staan. Groenhof: “Een extra steekvaasje is prima, maar liever niet al dat andere spul, speeltjes, vlindertjes, beeldjes. Het waait weg, dus het is op eigen risico.”

Maar het staat nu nergens in het reglement dat kleine beeldjes, kaarsjes of een plantje in een potje, niet mag. Kees Ippel: “Klopt. Maar indien mogelijk spreek ik mensen hierop aan en leg uit dat als ze het toch willen laten staan, ze het beter kunnen vastkitten of de echte beelden door een steenhouwer laten bevestigen. Wij hebben een begraafplaats met heel veel bomen, dus ook veel blad op monumenten. Bij het blad ruimen en bij stormen kunnen zulke spullen verdwijnen. Dit is voor eigen risico. Het werkt om nabestaanden hierop te wijzen. Kindergraven blijven gevoelig, we proberen dan ‘mee te bewegen’.”

Wat echt niet wordt gedoogd zijn gieters, vegers, potgrond, grote bloemenvazen, die je op menig begraafplaats achter een monument ziet staan. Ippel: “Nee, dat is niet toegestaan, het gebeurt ook eigenlijk niet. Als het toch zo mocht zijn halen wij dit weg en houden het ongeveer een maand of twee apart.”

Foto

Groenhof: “Kees en ik werken goed samen. Als Kees iets constateert dan maakt hij een foto en stuurt die naar mij.” Ippel: “Tenzij ik de mensen van het graf zie, dan spreek ik ze aan en kan ik het soms direct uitleggen en regelen. Het is niet het leukste werk. Ik denk dat voorgangers het daarom hebben laten liggen. Je wilt toch aardig zijn en aardig gevonden worden.” Groenhof: “Nadat hij mij de foto heeft gestuurd, schrijf ik de mensen aan en geef ze de mogelijkheid het graf aan te passen en/of een vergunning aan te vragen voor wat er op het graf staat. Of als ze dat niet willen, de dingen die niet mogen weg te halen. Daar krijgen ze uiteraard een bepaalde periode de tijd voor. We bieden ook een oplossing, hoe het wel mag en kan. Maar is dat binnen de opgegeven tijd niet gewijzigd, dan halen wij de spullen weg. We gooien het niet weg, maar leggen het in de loods, zodat mensen het nog kunnen ophalen als ze dat willen. Ja, we zijn streng, en nee, daar maak je geen vrienden mee. We moeten ook heel veel uitleggen. En ik begrijp ook heel goed als mensen zeggen: het staat er al zes jaar en al die tijd kon het gewoon en nu opeens niet?”

Ippel: “Mensen worden ook uitgenodigd, als ze in eerste instantie niet mee willen werken, en dan ga ik met ze naar het graf en leg uit waarom het niet kan. Meestal snappen ze het dan wel.”

Groenhof: “Belangrijk is ook, wij steunen elkaar. Als je even een vervelend gesprek hebt gehad, kun je dat aan elkaar kwijt.”

Het gaat in Sliedrecht ook niet om het aanzicht van het graf. Groenhof: “Over smaak valt niet te twisten. Het gaat om het extra werk dat het oplevert. We willen begraven betaalbaar houden en rust en eenheid creëren op de grafvelden.”

Wethouder

In het begin kost het veel extra energie en tijd, omdat je constant moet uitleggen, maar nu, anderhalf jaar later, maakt het het werk makkelijker, zeggen beiden. Groenhof: “Maar je moet wel blíjven handhaven. Dus zodra je iets ziet, een foto maken.”

Ippel: “En elke collega moet meedoen. Dat is belangrijk.”

En daar behoort ook de wethouder toe. Want het komt voor dat een rechthebbende rechtstreeks aan de wethouder schrijft. Groenhof: “De weg naar de wethouders is kort en soms is dat lastig, zeker als hij op de stoel van de ambtenaar gaat zitten.. Want: ieder zijn vak. Grind tussen de monumenten vond de wethouder geen probleem. Voor de medewerkers is het dat wel, bovendien worden zij worden geacht de verordening na te leven die door het college is vastgesteld.”

Ze vervolgt: “Ook belangrijk: iedereen gelijk behandelen, eerlijk zijn. Geen onderscheid maken.”

Ippel: “Ook niet als de nabestaande zegt, ik kom hier elke week en ik houd het zelf bij.”

Groenhof: “Wij zijn streng maar rechtvaardig. En altijd bereid het gesprek aan te gaan.”

Hoe doen natuurbegraafplaatsen dat?

Natuurbegraafplaatsen hebben het een stuk makkelijker – zou je denken – wat grafaankleding en -versiering betreft. Want dat is simpelweg verboden en dat wordt bij de aanschaf van een graf ook duidelijk gecommuniceerd. Een natuurbegraafplaats heeft als uiteindelijk doel nieuwe natuur scheppen. Daar passen geen stenen monumenten, plastic bloemen, beeldjes en dergelijke bij, maar hoogstens een boomschijf of een inheemse boom of plant.

En tóch, zo vertellen Lobke Kooistra van Hillig Meer, Ab van Middelkoop van Reiderwolde en Joyce Sengers van De Utrecht (drie natuurbegraafplaatsen) dat ze regelmatig de ronde moeten doen om ongewenste grafgiften te verwijderen. De drang van de mens om een graf te markeren en iets achter te laten, blijkt zeer hardnekkig. Joyce Sengers: “Met Allerzielen zien we overal chrysantenbollen staan.” Ab van Middelkoop: “Als de bloeiende heide in de aanbieding is, dan zie je overal bloeiende heide verschijnen. Met kerst is het helemaal feest. Beeldjes, lampjes, kaarsjes, hele verlichtingssetjes hangen dan in de bomen.”

Sengers: “Rechthebbenden verontschuldigen zich vaak, want kunnen er ook niets aan doen als anderen iets plaatsen, anders dan een natuurvondst van ons eigen terrein.” Want meestal zijn het niet de directe nabestaanden die de dingen neerzet – de rechthebbende of de overledene heeft bewust voor het natuurgraven gekozen en kent de consequenties daarvan – maar verdere familie, vrienden, bekenden, die of niet op de hoogte zijn van de regels – hoewel de meeste natuurbegraafplaats deze bij de entree aangeven – of ze gewoonweg negeren. Van Middelkoop: “Ja, er zijn ook mensen die er maling aan hebben en denken: gewoon proberen. Er achteraan bellen doen we niet meer. Dat is onwerkbaar. We halen ongewenste planten en spullen weg en leggen ze in een grote houten kist. Daarbij staat op borden: ‘neem mee, anders wordt het na drie maanden vernietigd’.” Op Hillig Meer en De Utrecht gebeurt hetzelfde. Lobke Kooistra: “Het weghalen van ongewenste spullen op graven maakt deel uit van de werkroutine. Het heeft blijvend de aandacht nodig. Maar het terrein is 53 hectare groot, dus je mist wel eens wat en dan denken mensen: o, het kan toch, dus het hele team moet daar constant goed scherp op zijn.”

Maar je kunt meer doen, meent Kooistra: “De behoefte nog iets te willen met het graf, kun je ook omdraaien. Door niet iets neer te leggen bij het graf, maar iets mee te nemen naar huis vanaf de begraafplaats, een steentje, een takje. Dat leg ik mensen dan voor. En ook organiseren we gedenkavonden. Dan kan iedereen een bloem meenemen, daar wordt een bloemstuk van gemaakt en dat blijft een tijd staan bij de ingang.”

Ook Sengers zegt dat je naast het verwijderen van de dingen van het graf en uitleggen waarom dat is, je een positief alternatief kunt aanreiken. “In de winter bijvoorbeeld bieden we een grafboeketje aan met den, hulst, eikenblad, grassen en bottels, dat mensen op het graf mogen leggen.” Sowieso mag op elk graf liggende bloem worden gelegd. “En zo vaak als je wilt. We hebben een eigen pluktuin met inheemse bloemen.”

Ja, het is lastig – Van Middelkoop: “eens in de week kom ik wel dingen tegen” – en je moet blijven uitleggen en communiceren – “en geen uitzonderingen maken” – maar gelukkig ontstaan er zelden echt onaangename situaties. Sengers heeft het één keer meegemaakt, dat mensen echt boos werden en Van Middelkoop zegt: “We zijn een keer flink bedreigd. Dat was gelukkig een eenmalig incident, maar we hebben toen wel extra informatieborden neergezet.”

Gelukkig wordt het in de loop der jaren ook minder, het aantal grafgiften. Van Middelkoop: “En dit speelt vooral bij recente graven. Ook omdat je de oudere graven niet meer zo makkelijk vindt.” Sengers: “Wat wij nu tegenkomen aan ongewenste grafgiften, dat is nog maar 10% van wat we vijf jaar geleden tegenkwamen.”