“Alles kan op Zorgvlied, maar niet op iedere plek”

Hij was de enige niet-beheerder tussen uitsluitend beheerders die solliciteerde. En hij werd het. Arpad Nesvadba, een uitvaartondernemer uit 'het Haagse', is de nieuwe beheerder van Zorgvlied, het Père Lachaise van Amsterdam zoals de gemeente Amstelveen de begraafplaats in de personeelsadvertentie omschreef. Een advertentie die begon met 'Waarheen leidt volgens u de weg in Zorgvlied?' Volgens Nesvadba onder andere naar een crematorium op de begraafplaats, "klein en zo onopvallend mogelijk" en een apart veld waar trendsettende en artistiek uitdagende monumenten bij elkaar kunnen staan. Daar kan dan ook het tot nu toe geweigerde grafmonument voor kunstenaar Peter Giele een plaats krijgen.

"Alles kan op Zorgvlied, maar niet op iedere plek"

© Anja Krabben

Hij was de enige niet-beheerder tussen uitsluitend beheerders die solliciteerde. En hij werd het. Arpad Nesvadba, een uitvaartondernemer uit ‘het Haagse’, is de nieuwe beheerder van Zorgvlied, het Père Lachaise van Amsterdam zoals de gemeente Amstelveen de begraafplaats in de personeelsadvertentie omschreef. Een advertentie die begon met ‘Waarheen leidt volgens u de weg in Zorgvlied?’ Volgens Nesvadba onder andere naar een crematorium op de begraafplaats, “klein en zo onopvallend mogelijk” en een apart veld waar trendsettende en artistiek uitdagende monumenten bij elkaar kunnen staan. Daar kan dan ook het tot nu toe geweigerde grafmonument voor kunstenaar Peter Giele een plaats krijgen.

“In mijn begintijd als uitvaartleider in Leiden, heb ik één keer een uitvaart op Zorgvlied gedaan. Ik liep na afloop over de begraafplaats en dacht, als ik ooit beheerder word, dan graag hier. Toen ik in het voorjaar van 2001 door een vriendin op de advertentie van Zorgvlied werd gewezen, wist ik niet onmiddellijk dat het om dezelfde begraafplaats ging. Ik ben er het weekend daarop naartoe gegaan, heb er rond gelopen en ja hoor, het was hem.”

Dus heeft hij gesolliciteerd. En hij werd het: Arpad Nesvadba. Ook al had hij geen enkele ervaring als beheerder. En woont hij in Den Haag. Waren dat gunstige omstandigheden? Wilde men iemand die fris tegen de zaken aankijkt? Nesvadba: “Ik denk het niet, ze wilde vooral iemand die iets kan toevoegen. Het uitgangspunt hier is altijd geweest: we begraven mensen, en dat is het. Maar er is meer, noem het decorum, en daar kan ik iets aan bijdragen. Ik heb oog voor de historie van de begraafplaats, voor de oude monumenten.”

Toen Nesvadba solliciteerde was hij werkzaam bij een Leidse uitvaartonderneming. Ook dat deed hij nog niet zo lang, want zijn carrière in de uitvaartwereld begon laat, zeven jaar geleden. Hij is van oorsprong tropisch landbouwkundige en was jarenlang als zodanig werkzaam op diverse plekken in de wereld. “Maar ik wilde op een gegeven moment iets geheel anders. Waarom de uitvaartwereld? Achteraf denk ik dat ik het uit een soort rouwverwerking deed. Ik verloor mijn beide grootmoeders vlak achter elkaar. Dat was op zich nog volgens de verwachtingen, ze waren 88 en 87 jaar. Maar twee maanden daarna overleed mijn moeder. En dat was een heel ander verhaal. Ik denk dat mijn keuze voor de uitvaartwereld daarmee te maken heeft.”

“Mijn doel was bedrijfsleider worden van een uitvaartonderneming. Maar ik moest aan de basis beginnen. Dus ik volgde eerst de STIVU-cursus, heb stage gelopen bij een Leidse uitvaartonderneming Soek & Zoon – een echt familiebedrijf – en ben daar na mijn STIVU-examen van onderaf begonnen, auto’s wassen, dragen. Het betekende een halvering van mijn salaris; maar ik had geen gezin, dus kon ik doen wat ik leuk vond, ook als het slechter betaalde. En het klinkt misschien raar, maar zodra ik daar ging werken, vanaf de eerste dag af, was ik euforisch over mijn werk. Ik vond het vreselijk leuk. Had ik het maar eerder gedaan, dacht ik.”

Maar al dat leed waar je als uitvaartondernemer mee te maken hebt? “Daarom juist. Het gaat om gevoelens, je moet je kunnen inleven in de mensen, maar ook in je collega’s. Ik heb nog nooit zoveel huilende mannen gezien als daar. En dan ging het zogenaamd altijd om iets anders. We hadden bijvoorbeeld twee verzorgers, dat waren klerenkasten. De een was gewichtheffer. Eén van hen was altijd aan het grienen bij Love Letters. Plaatsvervangende tranen. Love Letters als uitlaatklep.”

Van Soek ging Nesvadba naar ’t Statenhuys in Den Haag – “Daar heb ik geleerd bedrijfsmatig te werken” – en weer terug naar Soek. Totdat de advertentie van Zorgvlied onder zijn aandacht werd gebracht.

Monument Giele geweigerd
Bij een rondleiding over de begraafplaats wijst Nesvadba diverse plekken aan waar direct naast oude, stijlvolle grafmonumenten moderne, glimmende granieten stenen zijn gezet. “Dat wil ik voortaan voorkomen. Ik heb een erecode opgesteld. Eén van de doelen is zowel de historische uitstraling handhaven en profileren als nieuwe ontwikkelingen in gedenkvormen stimuleren.”

Van die laatste staan er genoeg op Zorgvlied. Van een homo-erotisch monument met naakte man tot het – volgens sommigen de schrijfster onwaardige –  ‘badkamertegeltjesmonument’ in ‘zuurstokkleurtjes’ voor Annie M.G. Schmidt. En van alles daar tussen. “Het probleem is dat in het verleden niet altijd aandacht is geweest voor het geheel, dus niet gelet is op wat in de directe omgeving staat van zo’n modern monument. Wil je toch per se op die plek begraven worden, dan moet je de steen erop aanpassen. Alles kan, maar niet op elke plek.”

En dat geldt wat Nesvadba betreft zowel voor het fabrieksmatige, granieten massaproduct als voor het excentrieke monument van een modern kunstenaar. Zo heeft hij (uiteraard in overleg met de betreffende wethouder en zijn medewerkers) het monument geweigerd dat op het graf van kunstenaar Peter Giele moet komen, een kunstwerk van Joep van Lieshout. De uitvaart van Giele, in 1999, was bijzonder te noemen (het lichaam, zichtbaar in een kist zonder deksel, ging per boot over de Amstel, vuurwerk werd afgeschoten, op de begraafplaats bleek het graf te klein of de kist te groot). Ook zijn monument kan volgens Nesvadba onder die noemer worden gebracht. Het gaat om een polyester cabine, waarin nabestaanden en bekenden van de overledene liggend kunnen plaatsnemen om zich aan meditatie over te geven. “Dat kun je toch niet midden op de begraafplaats hebben, dat er een deur opengaat en je opeens iemand uit een graf ziet stappen.”

Hij vindt zijn oplossing voor het probleem zelf goed bedacht. “We hebben achter op de begraafplaats een veld ingericht – we noemen het Paradiso – waar uitsluitend kunstwerken en avant-garde monumenten van kunstenaars kunnen komen. En waar ook Giele kan liggen. Een herbegrafenis wordt toegestaan.” De weduwe van Giele lijkt daar weinig voor te voelen. Tot op heden is nog niet bekend wat er gaat gebeuren.

Misverstanden
De verzoeken kunnen nog vreemder. “Iemand vroeg mij of er een camera in het graf kan zodat het ontbindingsproces op internet gevolgd kan worden. Als je mij recht op de man vraagt, zou je dat goed vinden, dan zeg ik ja. Maar ik heb ook met de omgeving te maken. Met het publiek, maar vooral ook met de mensen die hier werken. Als die zeggen ‘dan wil ik hier niet meer werken’, dan is dat een zwaar meewegend argument.”

Nesvadba heeft besloten op alle terreinen wat strenger te worden. “Wij hebben op Zorgvlied een heel tolerant beleid, ook ten aanzien van uitvaartondernemers. En daar wordt misbruik van gemaakt. Dat moet veranderen. Zoals het te laat binnenkomen, rustig een kwartier tot een half uur te laat. ‘Het verkeer’ zeggen ze dan. Maar als uitvaartondernemer in Amsterdam weet je dat en houd je daar dus rekening mee.”

Er zijn wel meer misverstanden tussen uitvaartondernemers en begraafplaatsbeheerders, meent hij. Hij kan het weten, want hij heeft beide kanten gezien. “Ik wil een soort overleg starten tussen begraafplaatsen en uitvaartondernemers uit de Amstelstreek. Het is belangrijk de dingen gelijk te trekken. Dat elke begraafplaats hetzelfde formulier gebruikt. En ook elke uitvaartondernemer. Er zijn uitvaartondernemers die overledenen brengen zonder registratienummer. Dat kan echt niet. Maar als de ene begraafplaats zegt, ‘ach laat maar’, dan is het voor de ander moeilijk streng te blijven.”

Graag een crematorium
De gemeente Amstelveen leidt al jaren verlies op Zorgvlied. (Zorgvlied ligt op Amsterdams grondgebied, maar is van Amstelveen.) De begraafplaats heeft een eigen begroting, alle inkomsten zijn voor en gaan naar Zorgvlied, maar de verliezen ook. “De tarieven zijn laag in verhouding met andere Amsterdamse begraafplaatsen, zoals De Nieuwe Ooster en Westgaarde. We gaan de tarieven geleidelijk opkrikken.”

Iets anders is een crematorium. Daar wordt al jaren over gedacht, al door de vorige beheerders van Zorgvlied. “Het zou het kleinste crematorium van Nederland moeten worden –  IJsselhof in Gouda is een voorbeeld – met één oven. De bedoeling is dat de stoet naar het crematorium loopt, precies zoals je naar een graf loopt. Het crematorium zou zo onopvallend mogelijk achter op de begraafplaats een plaats moeten krijgen. Het is een wens die leeft, maar we moeten het even aanzien. Er is sprake van dat de
Noorderbegraafplaats wordt verkocht en dat daar een crematorium komt.”

Nesvadba heeft nog veel meer plannen. “Meer nadruk leggen op de natuur. Er is veel flora en fauna hier. We kunnen bijvoorbeeld een vlindertuin aanleggen. Verder worden het groen en de paden gerenoveerd. Maar ook het onderhoud van de graven moet worden aangepakt. Mensen aanspreken op slecht onderhoud. We hebben speciaal daarvoor een fotocamera gekocht. Dan kunnen we een foto van een slecht onderhouden graf maken en aan de rechthebbende laten zien dat er iets moet gebeuren.” Een betere bewegwijzering ziet hij ook als een belangrijk punt. “Nu verdwalen mensen zelfs. Iemand huilend naar de uitgang zien zoeken, dat kan niet.” Verder wil hij een website –  “Met veel informatie, maar het moet ook leuk zijn” – en tenslotte zou hij graag bijzondere activiteiten in de aula willen organiseren. “Lezingen over rouwverwerking bijvoorbeeld. Juist op de plek waar ook de begrafenis heeft plaatsgevonden.”

Bekende Nederlanders
Als wij bij de aula aankomen komt er juist een rouwauto voorrijden met een beroemde overledene erin. Zorgvlied herbergt veel bekende Nederlanders, vooral uit kunstenaars- en intellectuele kringen. We komen enkele uitvaartgasten tegen, BN’ers zoals Freek de Jonge en Frits Barend. Zorgvlied staat niet alleen bekend als mooie, oude begraafplaats aan de Amstel, maar ook als laatste rustoord voor bekend Nederland en mensen uit de grachtengordel. Toch vindt Nesvadba Zorgvlied niet elitair. “Nee, absoluut niet. Iedereen komt hier. Niet alleen Amsterdam-Zuid. Veel bekende Nederlanders, dat wel, maar die krijgen op Zorgvlied geen andere behandeling dan de onbekende, ‘gewone’ burger.”

De persoon
Naam: Arpad Nesvadba
Leeftijd: 48
Beheerder sinds: 1 mei 2001
Opleiding: Larenstein te Deventer, afdeling tropische landbouw te Deventer
Bent u van plan dit werk tot uw pensioen te blijven doen? “In principe denk ik het hiermee wel gevonden te hebben, maar mijn pensioen is nog ver weg.”
Wat vindt u het allervervelendste aan uw werk? “Ik zou het echt niet kunnen zeggen, het boeit me enorm.”
Wilt u zelf begraven worden? “Momenteel kies ik voor crematie met  bijzetting van de losse as – zonder urn – in een houten kistje in ons familiegraf te Deventer.”

De begraafplaats
Opgericht in: 1867
Aantal begravingen per jaar: circa 450
Het duurste graf: Een zandgraf van  € 1073,42
Het goedkoopste graf: Een urnengraf van € 284,31
Mag er zonder kist worden begraven? “Ja, maar wel op een plank. Als de familie de overledene zelf in het graf legt (bij moslims bijvoorbeeld) mag het ook zonder plank, maar altijd wel afgedekt met iets, een wade, karton, doeken en dergelijke.”
Mogen nabestaanden zelf de touwen hanteren? “Ja, in deze tijd moet daar alle ruimte voor zijn. Een uitvaartverzorger met dragers is niet anders dan een ceremoniemeester met assistenten die werk uit handen neemt dat even goed door familie en vrienden kan worden uitgevoerd.”
De beroemdste dode op Zorgvlied? “Beroemd is erg relatief, in welke tijd en beroemd voor wie? Wij verstrekken op aanvraag enkele lijsten met namen voor hen die ze graag eens bezoeken.”
Het oudste graf? “Het graf van Willem Simon de Vas uit 1879 behoort tot de oudste graven.”