De eeuwigheid garanderen – Een taak van de overheid?

De eeuwigheid garanderen - Een taak van de overheid?

© Anja Krabben

Nog voor coronatijd overwogen steeds meer begraafplaatsen (opnieuw) eeuwigdurende graven uit te geven. Tijdens coronatijd voelen veel gemeenten de druk dit versneld te gaan doen om tegemoet te komen aan de wens van moslims naar eeuwigdurende grafrust in Nederland. Maar is dit wel een taak van de overheid?

De partij Welzijn Druten vroeg eind maart in een motie om een gedeelte van de algemene begraafplaats in Druten per direct te gebruiken voor graven met eeuwigdurende grafrust voor moslims, ‘omdat graven openen volgens de islam verboden is’. Mensen uit de islamitische gemeenschap in Druten komen voor het merendeel oorspronkelijk uit Turkije. De meerderheid van de gemeenteraad stemde tegen het idee omdat er genoeg alternatieven zijn, waaronder begraven op natuurbegraafplaatsen. ‘De boodschap is helder en duidelijk,’ zegt een teleurgestelde Haci Aslan, fractievoorzitter van Welzijn Druten tegen Omroep Gelderland. ‘Iedereen is hier zogenaamd welkom, iedereen moet inburgeren, integreren en overal aan voldoen. Maar als je in Druten eeuwig wil rusten, dan zoek je maar een andere oplossing. Ik heb er geen woorden voor.’

Meegaan?
Moet de overheid meegaan in de wens van moslims of anderen naar eeuwigdurende grafrust? Dat is de vraag die ten grondslag ligt aan de opmerking van Aslan. Heeft de overheid dat ooit gedaan?
Onze huidige begraafplaatsen gaan terug tot begin 19e eeuw. Nadat begraven in en rond de kerk verboden was, verrezen begraafplaatsen buiten de stad. In de Begrafeniswet van 1869 staat dat: elke gemeente minstens één begraafplaats heeft (twee of meer gemeenten mogen er ook samen een inrichten); bijzondere begraafplaatsen mogen worden aangelegd en kunnen alleen worden geweigerd door B & W als de aangewezen plaats niet aan de voorschriften van de wet voldoen; begraafplaatsen mogen graven voor bepaalde tijd (minstens 10 jaar) én onbepaalde tijd uitgeven. Het woord ‘eeuwig’ komt in de Begrafeniswet niet voor.

Het zijn particulieren, geloofsgroeperingen en gemeentelijke overheden die begraafplaatsen opricht(t)en en daarbij hun eigen reglement of verordening maken. En daarin is in de 19e eeuw door menig begraafplaats de term ‘eeuwig’ gebruikt. Niet alleen door kerkelijke begraafplaatsen, ook door gemeenten. De beslissing om eeuwigdurende grafrust uit te geven, berustte (en berust) dus bij de houder van de begraafplaats. De landelijke overheid bemoeide en bemoeit zich daar niet mee. Die eeuwigdurende graven bleken in de vorige eeuw, toen begraven nog volop gebeurde en op veel begraafplaatsen ruimtegebrek dreigde, tot een probleem te worden. Uiteindelijk viel het ruimtegebrek mee (of tegen, het is maar net hoe je het bekijkt), want het begraven liep in snel tempo terug. Toch raadt de LOB het af om eeuwigdurende grafrust (opnieuw) in te voeren. En zelfs om te snel en te onbeperkt graven voor onbepaalde tijd uit te geven. Dat staat in een onlangs verstuurde LOB-nieuwsbrief aan de leden: ‘De geschiedenis heeft ons geleerd wat er gebeurt als er uitsluitend graven wordt uitgegeven voor onbepaalde tijd. Op vele plaatsen in Nederland liggen in onbruik geraakte begraafplaatsen. Grafmonumenten zijn kapot, ze zijn overwoekerd. Soms worden ze een beetje onderhouden door een groep vrijwilligers of door de gemeente. Bij de wetswijziging van de Wet op de lijkbezorging in 1991 is mede om deze reden besloten particuliere graven niet langer per definitie vooronbepaalde tijd uit te geven. Een tweede reden die hiervoor werd gegeven is het verwachte gebrek aan ruimte in de toekomst. Indien er sinds de jaren negentig alleen graven voor onbepaalde tijd zouden zijn uitgegeven, dan zouden de huidige 4500 begraafplaatsen in Nederland twee tot driemaal zo groot zijn als nu in 2020. Tot slot speelt ook mee dat het vrijwel onmogelijk is om te beloven iets voor de eeuwigheid vast te leggen: wie zijn wij om afspraken te kunnen maken voor de eeuwigheid?’

De LOB adviseert dan ook om de term eeuwigdurende grafrust niet te gebruiken, om misverstanden en misvattingen te voorkomen.

Niet doen
Jurist Willem van der Putten kreeg de afgelopen tijd van veel gemeenten, raadsleden én islamitische organisaties de vraag op welke manier eeuwigdurende grafrust ter beschikking zou kunnen worden gesteld aan de islamitische gemeenschap. Zijn antwoord is helder. Hij raadt overheden ten zeerste af dit te doen. ‘Allereerst dit: een “eeuwigdurend grafrecht” is wettelijk onmogelijk. De woorden “eeuwig” en “grafrecht” sluiten elkaar uit. Wat wel kan, is eeuwige grafrust. Maar dat is niet iets dat je contractueel kunt afdwingen. Het lijkt mij niet verstandig om nu voor moslims een uitzondering te maken, want dat heeft een precedentwerking, ook voor niet-moslims, als die ook een graf willen dat nooit geruimd zal worden, mag je dat hen niet weigeren. Sommigen leggen die druk nu op gemeenten, maar die kunnen er niet aan voldoen, tenzij ze echt domme dingen gaan doen. Eeuwigdurende graven uitgeven zal op termijn zeker forse financiële problemen veroorzaken. In al mijn contacten met gemeenten zijn de graven voor onbepaalde tijd al een probleem. Wie een eeuwigdurend graf wil, moet inzetten op een eigen bijzondere begraafplaats. Daar kan men doen wat men wil en écht eeuwigdurende graven realiseren. Zoals op de Joodse begraafplaatsen hoeven er dan geen grafrechten gevestigd te worden en houdt de eigen gemeenschap de begraafplaats in stand. Dat is ook het systeem van de wet, die kerkgenootschappen het recht geeft om eigen begraafplaatsen op te richten en in stand te houden. Maar gelovigen moeten het zelf doen, ze kunnen niet van de overheid eisen dat die het voor hen regelt.’
Gemeenten kunnen hen daarbij uiteraard wel helpen. ‘Ik adviseer gemeenten om te kijken of een gedeelte van een of meer begraafplaatsen kunnen worden overgedragen aan een islamitische stichting of vereniging of een moskee, die er volgens hun eigen wensen een begraafplaats kunnen inrichten. Dan is de gemeente niet verantwoordelijk voor de regels op die begraafplaats.’

Joodse begraafplaatsen
Alle begraafplaatsen die op dit moment een eeuwigdurend grafrecht beloven, zijn particuliere of eigen begraafplaatsen (op één na: de Gemeentelijke Begraafplaats Oude Landen in Nuenen), ook de joodse begraafplaatsen. “Er zijn circa 230 joodse begraafplaatsen in Nederland,” vertelt Ruben Vis, algemeen secretaris van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK). “Op joodse begraafplaatsen worden leden van de Joodse Gemeente begraven. Een deel ervan is nog eigendom van een Joodse Gemeente, een ander deel is na ontbinding van de betreffende Joodse Gemeente eigendom geworden van het NIK. Het NIK heeft een consul-beheerder die toezicht houdt op deze begraafplaatsen.” Een enkele joodse begraafplaats is van een gemeentelijke overheid. “Maar dat gaat dan om een inmiddels belangrijke historische plek, die als monument wordt behouden.”
Vis: “De Joodse Gemeenten houden zich – vanzelfsprekend – aan de voorschriften van het jodendom, één daarvan is niet te ruimen. Er wordt dan ook niet per graf een grafakte gemaakt, de afspraak dat er niet geruimd zal worden komt voort uit de aard van de begraafplaats. Op dit punt is er geen potentieel conflict of interest, en geen reden om hierover iets tussen partijen op papier te zetten.”
Ook Vis ziet kansen voor islamitische begraafplaatsen op al bestaande begraafplaatsen. “Er wordt steeds minder begraven in Nederland. Die lege begraafplaatsen die daar het gevolg van zijn, of lege delen van begraafplaatsen, daar kunnen toch islamitische graven komen?”
Het gebeurde in Bergen op Zoom. Beheerder Mark Masereeuw vertelt dat er op R.K. Begraafplaats Mastendreef nog een hectare met katholieke graven liggen die geruimd kunnen worden. “Ook dat wordt binnenkort een islamitisch grafveld.”
Wordt dit de toekomst voor meer noodlijdende r.k. begraafplaatsen?

Meegaan tot op zekere hoogte
De LOB vindt het uitgeven van graven voor onbepaalde tijd alleen verstandig, zo staat in de LOB-nieuwsbrief, als er aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan:
– Een graf voor onbepaalde tijd heeft een contactpersoon, die de houder van de begraafplaats altijd kan benaderen. Dit kan zo worden verwoord in een reglement/verordening: ‘Particuliere graven die zijn uitgegeven voor onbepaalde tijd blijven bestaan, mits de rechthebbende eens in de tien jaar aan de houder van de begraafplaats te kennen geeft dat een verdere instandhouding van het graf op prijs wordt gesteld.’
– Een andere optie is het door de houder heffen van een jaarlijks onderhoudsbedrag. Indien het onderhoud niet meer wordt betaald, dan vervalt het recht. Het onderhoud kan bijvoorbeeld worden afgekocht voor een periode van 100 jaar. Als over 100 jaar niet opnieuw wordt betaald, vervalt het recht.
– Tenslotte is er de optie om bij uitgifte van een graf voor een bepaalde tijd de rechten door een daarvoor opgerichte stichting te laten verlengen. Deze stichting is dan dus verantwoordelijk voor de handhaving van het graf.


We zijn benieuwd naar uw reactie

of plaats uw reactie direct op het LOB-forum.