Digitaal aanvragen van begrafenissen, e.d. (2)
Rubriek: AdministratieOnderwerp: b. AutomatiseringDeze vraag is een vervolg op de eerder gestelde/gepubliceerde vraag over dit onderwerp. We ondersteunen onze leden graag met advies en horen dan graag terug dat ons advies een bijdrage kan leveren aan de bedrijfsvoering van onze leden.
Vraag
Tegenwoordig hebben we relatief veel opgravingen op beide begraafplaatsen: 7 in 2023, 21 in 2024, 8 tot nu toe in 2025. Een deel wordt herbegraven op een Natuurbegraafplaats in de buurt, ten dele samen met inmiddels overleden partner. Het andere deel wordt gecremeerd samen met (of liever: voor of na) de inmiddels overleden partner.
Opgravingen anno nu hebben dus wel degelijk tijdsdruk omdat opgravingen en ook de vergunningen binnen de wettelijke 6 werkdagen (soms 3 dagen) geregeld moeten worden.
ANTWOORD
Dank voor uw aanvullende vraag.
Ik ga graag nog even in op je reactie op de vergunningverlening voor opgravingen. Je schrijft dat een vergunning tot opgraving op grond van artikel 29, lid 1 Wlb, binnen zes werkdagen en soms zelfs binnen drie dagen geregeld zou moeten zijn. Dat is pertinent onjuist! Ik heb het sterke vermoeden dat jullie je laten opjagen door uitvaartondernemingen. Zeker wanneer je schrijft dat de opgraving wordt uitgevoerd, omdat de partner overleden is en op een natuurbegraafplaats wordt begraven. Of de partner is overleden en de stoffelijke resten van de eerder overleden partner ‘moeten’ worden opgegraven en ook direct gecremeerd. Ik begrijp de wens om ‘nieuwe’ uitvaart van de net overleden partner, te combineren met een herbestemming van stoffelijke resten.
Een cynische opmerking over de uitvaartverzorgers is hier op z’n plaats: leuk verdienmodel voor de uitvaartverzorgers en doorgeslagen in de zogenaamde dienstverlening aan nabestaanden. Wanneer een familie zelf, uit eigen initiatief zou besluiten dat stoffelijke resten opgegraven zouden moeten worden en herbegraven op een natuurbegraafplaats of toch gecremeerd, dan is dat prima. Wanneer dat een weloverwogen keuze is en aan de wettelijke eisen en termijnen wordt voldaan, dan is er niets op tegen om voor de opgraving een vergunning te verlenen. Dat kan dan in alle rust geregeld en uitgevoerd worden.
Wanneer er door de uitvaartondernemer op oneigenlijke gronden een pressie richting gemeente is om binnen enkele dagen een vergunning tot opgraven te verlenen, wordt de situatie echter discutabel. De wettelijke termijn van zes werkdagen en de uitvaart van de ‘nieuwe’ overledene heeft werkelijk helemaal niets te maken met de termijn waarop een aanvraag voor een vergunning behandeld moet zijn. Laat u zich niet gijzelen door een uitvaartverzorger met een grote mond die wellicht ook nog op uw sentiment wil inspelen.
Ik adviseer u contact te leggen met uw eigen juridische afdeling voor advies. Voor de afhandeling van een vergunningaanvraag bij een gemeente geldt voor bijna alle soorten aanvragen een doorlooptijd van acht weken. Niet dat u acht weken over de afhandeling van een aanvraag moet doen, maar mag doen. Dat is iets anders dan de drie dagen of zes werkdagen die u opgedrongen worden. Een aanvraag voor een vergunning tot opgraven moet zorgvuldig behandeld worden. De vergunning is een Besluit van de burgemeester. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is er vervolgens voor belanghebbenden ook nog een bezwaartermijn van zes weken. Die bezwaartermijn moet ook in de vergunning vermeld worden. Dan speelt nog mee of de vergunning gepubliceerd moet worden. Hier kan verschillend over besloten worden en is naar mijn mening afhankelijk van de individuele situatie. Wanneer u binnen enkele dagen een vergunning zou moeten verlenen, is het haast onmogelijk om onderzoek te doen of er belanghebbenden zijn die eventueel bezwaar zouden willen maken tegen de verleende vergunning. Voor belanghebbende is er dan nog nauwelijks of geen mogelijkheid meer om bezwaar te maken. Ja, achteraf terwijl de opgraving al uitgevoerd is…
Bij herbegraven is er over het algemeen weinig sprake van een bezwaar tegen een vergunning. Bij opgraven en vervolgens cremeren van de stoffelijke resten is die kans veel groter. Ik zou als behandeld ambtenaar niet willen dat, wanneer ik vermoeden heb dat er over cremeren van de stoffelijke resten onenigheid zou kunnen zijn, de opgraving al uitgevoerd zou worden. Als voorwaarde zou ik in de vergunning opnemen dat er geen uitvoering aan de vergunning gegeven mag worden voordat de wettelijke bezwaartermijn verstreken is. Dat kan simpelweg als een van de voorwaarden opgenomen worden.
Laat je niet overdonderen door uitvaartondernemingen die doorslaan in het begeleiden van nabestaanden. Dat mag geen reden zijn om processen geforceerd te digitaliseren. Naar mijn mening is een zorgvuldige afhandeling van een verzoek tot opgraving en het volgen van de juiste wettelijke doorlooptijden van groter belang dan een uitvaartverzorger fêteren. En natuurlijk, wanneer nabestaanden zelf op een rustig moment een verzoek tot opgraving indienen en het is een duidelijk verzoek, goed gemotiveerd en volgens artikel 29 Wlb, dan is er niets op tegen om op korte termijn een vergunning te verlenen wanneer dat mogelijk is.
Ik adviseer je bovenstaande reactie intern mee te laten wegen in de besluitvorming rondom de digitalisering van processen, maar ook mee te nemen in overleg over de werkprocessen rondom vergunningverlening op grond van artikel 29 Wlb.
IW apr '25
21 juli 2025