Nieuwe verordening versus eerder afgegeven vergunningen

Rubriek: Begraven en regelgevingOnderwerp: g. Verordening / reglement

VRAAG

Wat heeft een nieuwe verordening te zeggen over oude graven?

In de nieuwe verordening willen we geen glaswerk op grafmonumenten.  Geldt dat nu ook voor de oudere graven? En in de oude verordening hadden we niets staan over afmetingen voor grafbedekking en toch vergunningen afgeven.  Toen is er ook kunstgras om graven gelegd wat we niet willen, nu hebben we dat wel geregeld.  Wat is wijsheid?

ANTWOORD

Op internet is de actuele Beheerverordening en de Nadere Regels voor de gemeentelijke begraafplaatsen goed vindbaar. Goed te lezen dat de gemeente werk gemaakt heeft van actuele regelgeving.

Nieuwe regelgeving, en dan met name de Beheerverordening, mag de basis van het grafrecht niet aantasten. Hierbij kunt u denken aan grafrecht dat ooit voor onbepaalde tijd uitgegeven is. Wanneer er sprake zou zijn van een overschrijving van het grafrecht, dan blijft dat grafrecht voor onbepaalde tijd. Dat geldt ook voor het aantal begraaflagen dat een graf heeft. Werd een graf ooit met drie begraaflagen uitgegeven en op de betreffende begraafplaats worden nu alleen graven met twee begraaflagen uitgegeven, dan blijven de graven die ooit met drie begraaflagen uitgegeven waren, graven met drie begraaflagen. Andere artikelen die in een nieuwe Beheerverordening opgenomen zijn en die de basis van het grafrecht niet aantasten, zijn gewoon van toepassing op alle graven.

Voor het plaatsen van monumenten is gekozen voor de melding vooraf en niet voor een vergunningaanvraag. Alleen wanneer een monument afwijkend is van hetgeen opgenomen is in de Nadere Regels, dient er een vergunning aangevraagd te worden. Het nadeel van deze werkwijze is dat het lastiger ingrijpen is wanneer er na een melding een monument geplaatst wordt dat toch niet aan de Nadere regels voldoet. Dan moet een monument van een graf verwijderd worden met alle gedoe dat dat geeft. Dat kon voorkomen worden wanneer er simpelweg voor alle monumenten een vergunning aangevraagd moet worden. De boordeling van het monument vindt dan vóór de plaatsing van het monument plaats. Maar deze werkwijze is een beleidsbeslissing geweest, waarschijnlijk ingegeven om de administratieve lasten te verminderen. Maar hoe om te gaan met zaken rondom oudere graven die nu afwijkend zijn van de Nadere Regels vraagt u.

U schrijft dat in de ‘oude verordening’ niets was opgenomen over afmetingen grafbedekking en dat er in die tijd toch vergunningen afgegeven zijn. Waren er onder de vorige Beheersverordening dan geen Nadere Regels vastgesteld? Dat kan ik me haast niet voorstellen, want op basis waarvan werd dan de vergunning verleend?

Wanneer er wel nadere regels waren, maar er was geen controle op en er was onvoldoende sprake van naleving en handhaving, dan is er een probleem gecreëerd dat opgelost moet worden. De ervaring leert dat met terugwerkende kracht gaan handhaven weerstand oproept.  Ik adviseer voorafgaand aan de handhaving duidelijk en uitgebreid te communiceren met de rechthebbenden en bezoekers. Laat weten dat zaken die niet aan de regelgeving voldoen na een bepaalde datum verwijderd worden. Mijn advies is om een dergelijke actie vaksgewijs over de begraafplaatsen uit te voeren om het proces beheersbaar te houden.

Wanneer er geen Nadere Regels waren en in de toen van kracht zijnde Beheersverordening was ook niets opgenomen ten aanzien van afmetingen monumenten en hetgeen rondom een monument geplaatst mocht worden én er zijn vergunningen verleend, dan heeft u weinig om op terug te grijpen. Dan is van belang te weten wat in de vergunning vermeld is over de toegestane materialen.

Het gevolg kan dan zijn dat bij ‘oude graven’ meer toegestaan is dan bij ‘nieuwe graven’ en dat kan onwerkbare situaties en vervelende discussie uitlokken.

Ik ken jullie voorgaande Beheersverordening en eventuele Nadere Regels niet en adviseer u dan ook deze kwestie aan de eigen juridische afdeling voor te leggen. Ik vermoed dat zij ook de nieuwe Beheersverordening en Nadere Regels voorbereid hebben. Wanneer er besloten wordt tot handhaving achteraf, is zowel een juist juridisch kader hiervoor, als een goed communicatietraject van belang.

IW apr '25
21 juli 2025