Rechthebbende van kindergraf - na scheiding
Rubriek: Begraven en regelgevingOnderwerp: c. KindergravenVRAAG
Op onze begraafplaats ligt sinds 2009 een baby begraven, afloop grafje 31-12-2029, de vader is rechthebbende. Inmiddels zijn de ouders gescheiden. Het kwam de moeder ter ore dat de vader overweegt om de baby te laten opgraven en bij te zetten in het graf van zijn vader. Op het graf van zijn vader staat nu al een foto van de baby. De moeder is in alle staten en wil niet dat de opgraving gaat plaatsvinden. (Ze heeft het direct over een rechtszaak.) Ik heb uitgelegd dat de rechthebbende degene is die over een opgraving kan beslissen. De aanvraag voor de opgraving is nog niet gedaan. De moeder beweert dat haar verzekering de kosten van de uitvaart indertijd heeft voldaan.
Ik kan me voorstellen dat bij beslissingen omtrent het graf van een minderjarig kind de belangen van beide ouders moeten worden meegewogen. Heb de LOB een goed advies voor de moeder?
ANTWOORD
Een overleden kind en later gescheiden ouders is vaker een voedingsbodem voor problemen rondom het kindergraf. Ook op uw begraafplaats dreigt dat het geval te worden, begrijp ik.
In ‘uw’ situatie is de vader rechthebbende op het graf waarin in 2009 een kind begraven is. De formele kant is als volgt. De moeder heeft geen zeggenschap over het graf. Vader kan een vergunning tot opgraven aanvragen bij de burgemeester. Als het goed is neemt de behandelend ambtenaar contact op met de begraafplaats om een aantal zaken te controleren. Met name of de aanvrager ook de rechthebbende op het graf is. Een dergelijke navraag wordt echter in lang niet alle gemeenten gedaan. Vader is rechthebbende en vraagt de vergunning aan. Er is geen belemmering om de vergunning te weigeren. Moeder is echter belanghebbende. De vergunning is een Besluit van de burgemeester en op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), kan zij binnen zes weken na vergunningverlening bezwaar maken tegen de vergunning. Dan volgt de bezwaarprocedure met een hoorzitting en aansluitend een advies van de bezwarencommissie aan de burgemeester. Advies kan zijn om de vergunning in stand te houden of om de vergunning in te trekken. Als de vergunning in stand gehouden wordt, staat moeder de gang naar de rechter open. Wordt de vergunning ingetrokken, dan mag er geen opgraving plaatsvinden.
De moeder moet echter wel weten dat er een vergunning tot opgraven verleend wordt. Er zijn gemeenten die bij de opgraving van een kind van gescheiden ouders de andere ouder (in dit geval de moeder) informeren dat er een vergunning tot opgraven verleend is en hen wijzen op de bezwaarprocedure. Niet elke gemeente doet dat echter.
Welk advies kunt u de moeder in dit stadium geven? Dat is lastig. Moeder kan nu bijna niets ondernemen. Ik adviseer u in elk geval in uw grafadministratie een aantekening van deze situatie te maken. Krijgt u de vraag om de opgraving uit te (laten) voeren, dan moet u in elk geval een afschrift van de vergunning tot opgraven hebben. Als u dan nog niets gehoord hebt over een bezwaarprocedure, is het aan u of u besluit de moeder te informeren.
De moeder zou de burgemeester nu kunnen aanschrijven dat zij geen opgraving van de stoffelijke resten van haar kind wil én dat zij geïnformeerd wil worden wanneer er toch een vergunning tot opgraven verleend wordt, zodat zij daar tijdig (binnen zes weken na vergunningverlening) bezwaar tegen kan maken. Bij voorbaat bezwaar maken kan niet, want er is nog geen Besluit van de burgemeester.
Kortom, dit zijn altijd lastige situaties. Voor u het weet bent u in een situatie ‘meegezogen’ waar u buiten wilt blijven. Zowel de vader als de moeder hebben hun beweegredenen om wel of geen opgraving en herbegraving te willen of juist niet te willen. Zou dit tot een rechtszaak komen (pas na de bezwaarprocedure) dan kan ik eerlijk gezegd niet inschatten welke richting een uitspraak zou gaan. Zou vader willen opgraven en cremeren, dan is de kans reëel dat een uitspraak zou zijn dat dat niet mag. Moeder heeft dan immers geen herdenkingsplek meer. Maar in deze situatie zou er een herbegraving in een ander graf plaatsvinden. Dat graf kan moeder ook bezoeken. Over dat graf heeft zij dan net zomin juridische zeggenschap, als dat zij dat nu niet heeft over het huidige graf.
Igle Weidenaar
3 februari 2026