Arbeidsinspectie regio Zuid evalueert pilotproject 068

Eind 1997 startte de Arbeidsinspectie regio Zuid het pilotproject Bijzondere begraafplaatsen. Project 068 richtte zich in eerste instantie op de naleving van de arbo-wetgeving op bijzondere begraafplaatsen in de regio Zuid. In totaal bezocht de dienst 25 begraafplaatsen.

Arbeidsinspectie regio Zuid evalueert pilotproject 068

© Pauline Prior

Eind 1997 startte de Arbeidsinspectie regio Zuid het pilotproject Bijzondere begraafplaatsen. Project 068 richtte zich in eerste instantie op de naleving van de arbo-wetgeving op bijzondere begraafplaatsen in de regio Zuid. In totaal bezocht de dienst 25 begraafplaatsen.

Vooral de werkomstandigheden van grafdelvers werden onder de loep genomen. Bij het project lag de nadruk op veilig werken. Een belangrijke uitkomst van project 068 is dat de wettelijk verplichte risico-inventarisatie en -evaluatie vaak niet in orde is. De Begraafplaats sprak met Bodie Wibier en Jan Blok van de Arbeidsinspectie regio Zuid over pilotproject 068 en over de Arbeidsomstandighedenwet 1998 die vanaf 1 november jongstleden is ingegaan.

Waarom is dit project in 1998 gestart?
“Een aantal jaren geleden spraken we af dat de dienst alle bedrijfstakken opnieuw zou inspecteren. Los van alle bestaande kennis zouden we ook aandacht besteden aan de sectoren waar tot dan toe niet geïnspecteerd was. In 1992 zijn we begonnen met inspecties bij de gemeentelijke begraafplaatsen en in 1998 volgde, mede door klachten van werknemers, de bijzondere. We zouden ons bij de te inspecteren onderwerpen laten leiden door kennis van de branche of door de pilots die we hadden uitgevoerd. We hadden vòòr 1992 alleen aandacht besteed aan de hovenierswerkzaamheden op begraafplaatsen. Grafdelvers waren een vergeten groep. De wetgeving schrijft geen specifieke eisen voor aan een begraafplaats. De wetgeving in Nederland kent een arbeidsomstandigheden- en arbeidstijdenbesluit, en daarvoor maakt het niet uit wat voor werk je verricht. Voor de wet is iedereen gelijk. De gedachte achter de wet is dat er een zorgsysteem moet zijn; dat wil zeggen een risico-inventarisatie en een plan van aanpak. Deze moet uitgevoerd worden conform de afgesproken termijn. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van de situatie; dat betekent dat de wet uitgaat van maatwerk. In 1990 is een restgroepenbesluit van kracht geworden waardoor de regelgeving ook ging gelden voor niet-industriële arbeid.”

Het bijzondere aan een bijzondere begraafplaats is vaak dat ze weinig mensen in dienst hebben. Wat moeten die met een risico-inventarisatie?
“Het zijn inderdaad vaak eenmansbedrijfjes, of ze werken met vrijwilligers en huren voor het zware werk bedrijven in. Als men het werk uitbesteedt aan andere bedrijven dan is men met zijn eigen risico-inventarisatie snel klaar. Een begraafplaats schrijft dan bijvoorbeeld dat het ruimen van graven niet voorkomt. Dan verwachten we wel dat ze opschrijven hoe de organisatie daarvan is geregeld. Om een voorbeeld te geven: dan willen we weten hoe de douchevoorzieningen zijn geregeld. Worden mobiele units door de aannemer meegebracht of is er een andere oplossing bedacht? Een douche is geen luxe bij werkzaamheden waarbij de werknemer een besmettingsrisico loopt, of bij ander vies werk waarvoor beschermende kleding wordt voorgeschreven. De Arbeidsinspectie vindt dat er dan een douchegelegenheid aanwezig moet zijn. Als dat financieel niet haalbaar is, dan volstaat een andere wasgelegenheid. Het is maatwerk en de noodzaak blijkt uit de evaluatie van het risico-onderzoek; dus wanneer men alleen maar wat grasmaait, wordt een werkgever echt niet gedwongen om een douche te laten maken.”

Is het project alleen gericht op het zuiden van Nederland?
“De bedrijfstakgerichte aanpak geldt landelijk, maar dat wil niet zeggen dat we in alle regio’s dezelfde inspecties uitvoeren. Dit pilot-onderzoek kwam voort uit het gebrek aan kennis van de branche. We plannen zo’n onderzoek in één of twee regio’s. Hierover maken we een rapport en dan concluderen we of het voor herhaling vatbaar is voor de andere regio’s.”

“Volgend jaar gaat de inspectie over naar een andere organisatievorm, dan wordt alles heroverwogen en krijgen we nieuwe strategieën. Gezien onze ervaringen is het niet een sector met een hoog risico – het ruimen van graven buiten beschouwing gelaten. De begraafplaatsen zullen niet elk jaar worden geïnspecteerd.”

Op welk gebied lagen de meeste problemen volgens het onderzoek?
“Naast de inspectie op de wettelijke verplichtingen waaraan de werkgever moet voldoen, hebben we ook een vragenlijst laten invullen door de grafdelvers zelf. Hierdoor wilden we inzicht krijgen in de werkdruk en de psychische belasting van het beroep. We stelden vragen over wat er aantrekkelijk is aan het beroep. Sommigen vonden niets aantrekkelijk, anderen vonden het contact hebben met mensen een leuke kant aan het werk. Onaantrekkelijk waren vooral de weersomstandigheden en het tegenkomen van onverteerde lijken bij ruimingen. De emotionele kanten van het begraven werden ook veel genoemd. De sfeer van de gesprekken met nabestaanden nam men mee naar huis; dat werd als psychisch belastend ervaren. Het erover kunnen praten op het werk was vaak niet mogelijk. Voor velen functioneerde de partner als uitlaatklep.”
 
Wat waren de tekortkomingen?
“Opmerkelijk was toch dat de risico-inventarisatie en -evaluatie vaak niet in orde was. Het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen en de fysische belasting was een minpunt. Sanitaire voorzieningen en de bedrijfshulpverlening ontbraken, zoals een EHBO-kist of een calamiteitenregeling: kan het personeel iemand oproepen in tijden van nood. In de Arbowet werd in voorgaande jaren de eisen heel concreet voorgeschreven. Nu zijn er minder concrete bepalingen. De eisen zijn toegesneden op de werkplek, maar als een bedrijf zijn eigen risico’s beschrijft is het een verplichting om de risico-inventarisatie te laten toetsen door een arbodienst. Een ondernemer kan gebruik maken van een landelijk model dat door de branche is ontwikkeld, en toetst deze lijst op de eigen situatie. In die inventarisatie hoort altijd een noodplan en een plan voor bedrijfshulpverlening. Dat moet goed geregeld zijn. Wij laten de invulling aan de begraafplaats, maar het traject waarlángs schrijven we wel voor. Mocht een begraafplaats niets geregeld hebben dan zit het in ieder geval fout.”

Als de Arbeidsinspectie langs komt gaat het altijd geld kosten? Reageert u daar eens op.
“Mensen verwarren vaak twee diensten met elkaar, namelijk de arbodienst en de Arbeidsinspectiedienst. De arbodienst is een particuliere instantie die adviseert en deskundige bijstand geeft aan werkgevers. Een bedrijf dat advies geeft kost altijd geld. De arbodiensten zorgen dat de werkgever voldoet aan de wettelijke verplichtingen van Arbowet en Arbeidstijdenwet. De Arbeidsinspectie is een overheidsorgaan en is een handhavende instantie die kijkt of de werkgever voldoet aan zijn wettelijke verplichtingen. De Arbeidsinspectie kost alleen geld als men niet aan de wettelijke normen voldoet.”

“In de wet staat dat een werkgever met meer dan veertig mensuren per week aan personeel, inclusief vrijwilligers, in dienst een risico-inventarisatie en -evaluatie moet laten maken. Deze moet gecontroleerd zijn door een arbodienst. Daarna kijkt de Arbeidsinspectie of het werk veilig en gezond is georganiseerd.”

“Een werkgever is verplicht zich aan te sluiten bij een arbodienst – de handhaver van de wet weet dan dat de risico-inventarisatie en -evaluatie professioneel is aangepakt. Zij verzorgen voor werkgevers de begeleiding van zieke werknemers. Zij toetsen de risico-inventarisatie, kunnen bedrijfsmaatschappelijk werk leveren, houden een spreekuur voor de werknemers, doen aanstellingskeuringen, bedrijfgezondheidszorg en qua arbeidsomstandigheden adviseren zij de werkgever op concrete arboproblematiek.”

De kosten van een risico-inventarisatie en -evaluatie zijn hoog. Stel dat een begraafplaats u maar drie vrijwilligers heeft, en alles wat risicovol is, wordt uitbesteed aan professionele aannemers. Moet deze begraafplaats dan toch een inventarisatie laten doen door een arbodienst?
“Ja, en dat kost gauw een paar duizend gulden. Een werkgever kan het ook zelf maken maar dan moet het wel getoetst worden door een arbodienst. Door de Europese regelgeving is geen ontheffing mogelijk. De enige marge voor een organisatie met alleen vrijwilligers, is om de verzuimbegeleiding op een minder ingewikkeld niveau te regelen. Het risico van ziekteverzuim hoeft immers niet omgezet te worden in een uitkering als iemand ziek wordt door het werk. Bij minder dan veertig mensuren per week mag een begraafplaats een groter deel zonder tussenkomst van een arbodienst regelen, maar de risico-inventarisatie en -evaluatie moet wel altijd gecontroleerd worden door zo’n dienst. En stel dat die ene persoon ook ruimingen doet, dan moet de inventarisatie toch weer door een arbodienst gedaan worden.”

Hoe streng is de Arbeidsinspectie?
“Over het algemeen toetsen wij of aan de wet wordt voldaan. We gedogen geen afwijkingen en dwingen de naleving van de wet af. Dat doen we in overleg met de werkgever: we spreken een termijn af tussen zes weken en drie maanden waarin men aan de wettelijke bepalingen moet voldoen. Dan volgt een afrondende inspectie. Vroeger volgde dan een proces-verbaal als de eisen niet waren ingewilligd.”

“Vanaf 1 november van dit jaar is er een nieuw systeem: er is een bestuurlijk boetetraject ingevoerd waarbij een kort handhavingsbeleid voorop staat. In plaats van het vroegere driestappen-systeem wordt nu in twee stappen beboet. Bij overtreding volgt eerst een waarschuwing; de tweede stap is meteen een boete. In ieder geval moet dan de boete worden betaald en de concrete maatregel verholpen zijn. Proces-verbaal wordt alleen nog opgemaakt bij organisaties die steeds maar weer overtredingen begaan. De inspectiedienst houdt zich bezig met de misstanden en we zoeken echt niet naar kleine overtredingen.”

“Vanaf 1 november wordt ook het niet hebben van een risico-inventarisatie plan beboet. De boetes lopen op per misstap, variërend van 200 tot 2000 gulden. Per misstap worden de boetes van elk vergrijp bij elkaar opgeteld. Natuurlijk krijgt een organisatie eerst een waarschuwing – of het moet gaan om heel grote misstappen die men had moeten weten.”

Zou het ooit zover kunnen komen dat een begraafplaats moet sluiten?
“Bij sluiten hebben we het over stilleggen van werkzaamheden, dat doen we alleen als we erg vreemde zaken zouden tegenkomen, bijvoorbeeld als op een begraafplaats kinderen de graven zouden ruimen. Dat mag gewoon niet en dan ga je over tot staking van de werkzaamheden, maar niet tot sluiting van een begraafplaats. Een ander voorbeeld: gebruikt een begraafplaats afgekeurde grasmaaiers en kan het personeel geëlektrocuteerd worden, dan laten we ook de werkzaamheden stoppen. De inspectie vindt dat werknemers veilig moeten werken. Dat een begraafplaats gesloten zal worden is echter niet echt voorstelbaar.”

Informatie over arbodiensten en Arbeidsinspectie bij Ministerie van Sociale Zzaken en Werkgelegenheid, directie voorlichting, bibliotheek en documentatie, Postbus 90801, 2509 LV Den Haag, 0800 9051 of fax 070 333 66 55.
 

Dankzij de Arbeidsinspectie een warm kantoor

Ook bij de gemeentelijke begraafplaats Randweg te Hoensbroek heeft (het pilot)project 068 voor verbeteringen gezorgd. De begraafplaats dateert uit 1967, is zeven en een halve hectare groot en bevat een Islamitisch deel. Er worden jaarlijks circa 120 mensen begraven. De heren Harmen Penris, Gerrit Eleveld en wijkopzichter Wim Crapels over wat het pilotproject voor hun begraafplaats betekende:
“Jean Herberghs van de Arbeidsinspectie kwam bij ons om in verband met het pilotproject informatie in te winnen over het stutmateriaal dat wij hier gebruiken. Particuliere grafdelvers hadden hem namelijk verteld dat goed materiaal nergens voor nodig was. Nadat we hem het materiaal hadden laten zien vroeg hij of er nog problemen waren. Nu, die waren er wel. In die tijd gebruikten we een uitpandig toilet, dat in de winter werd afgesloten omdat de waterleiding kapot vroor. Het personeelsverblijf was koud en slecht, we leefden in het stenen tijdperk. Onze wensen: een douche, een toilet binnen, een telefoon, goede kasten en verwarming. En aan materiaal hadden we maar één graflift, dat gaf problemen op dagen dat er meer dan één begrafenis was.”
“In samenspraak met ons heeft Herberghs een rapport opgesteld met de tekortkomingen van de begraafplaats. Dat is naar de gemeente gestuurd. Onder druk van de ondernemersraad heeft mijn toenmalige directeur bij Burgemeester en Wethouders geregeld dat onze wensen werden ingewilligd. Een architect heeft een nieuw buitenverblijf neergezet met douche en toilet. Nu kunnen we bijkomen van het buitenwerk in een warm personeelsverblijf. Ook zijn er een nieuwe lift, stutten en roosters gekomen ter waarde van ƒ 350.000,-.”
Onlangs was de laatste rondgang door de Arbeidsinspectie. De begraafplaats aan de Randweg werd goedgekeurd.