Fretten

Voor veel begraafplaatsen is het verjagen van konijnen met behulp van fretten de beste oplossing. Hoe gaat dat in zijn werk? En kan men niet al veel eerder iets doen aan preventie?

Fretten

© Tekst en foto’s Pauline Prior

Voor veel begraafplaatsen is het verjagen van konijnen met behulp van fretten de beste oplossing. Hoe gaat dat in zijn werk? En kan men niet al veel eerder iets doen aan preventie?

In de stad is hondenpoep een van de grootste ergernissen; op de begraafplaats lijkt dit de konijnenkeutel te zijn. Of meer nog: de konijnentanden, die het door nabestaanden met zorg neergezette groen opvreten. Horen konijnen bij een natuurlijk beheer van de begraafplaats of is het alleen maar overlast waar iets aan gedaan móet worden? En zijn fretten inderdaad de beste bestrijders? Waar nabestaanden over klagen als het gaat om overlast van konijnen, is het opeten van meegebrachte bloemen en planten, en de uitwerpselen in het gras. Een zorg voor begraafplaatsen is de mogelijkheid van instorten van de gangen en holen, waarbij bezoekers letsel kunnen oplopen. Overigens heeft een konijn de eigenaardige gewoonte om twee soorten ontlasting te produceren en een daarvan zelf op te ruimen. De zachte, kleine en plakkerige keutels van ’snachts worden weer opgegeten, omdat konijnen de eiwitten en vitaminen die daar nog inzitten goed kunnen gebruiken – en deze zijn dus normaal gesproken niet te vinden. De bekende konijnenkeutels worden overdag geproduceerd.

Konijnen komen vooral voor op zandgrond, en begraafplaatsen bestaan bij voorkeur uit zandgrond. Bestudering van de gewoontes van het dier helpen bij de aanpak van het probleem, want konijnen vertonen in een afgeschermde omgeving zoals een begraafplaats ander vraatgedrag dan in het vrije veld. Ze eten wat ze lekker vinden en op de begraafplaats zijn dat vaak de door nabestaanden bij het graf geplaatste bloemen en planten. Het leven van dieren is gericht op het vinden van voedsel en voortplanting. Bij de bestrijding is dit van belang. Verkoopt de bloemenstal voor de poort chrysanten, skimmia’s en rozen, dan is het feest voor de konijnen. Scherm je de begraafplaats af met hekken waardoor vossen niet meer op het perceel kunnen komen, dan verdwijnt de natuurlijke vijand van het konijn en blijft de konijnenpopulatie in stand en breidt zich uit. Voor de virusziekten myxomatose en VHD, die wilde konijnenkolonies flink kunnen decimeren, worden de beesten hoe langer hoe meer immuun. Sommige begraafplaatsen moeten gewoon leren leven met konijnen. Zoals begraafplaatsen in een bosrijke omgeving – daar is het simpelweg een oase voor ze, met zo’n rijk scala aan voedsel. Genoeg voedsel betekent gezonde en vruchtbare konijnen. Een vrouwelijk konijn wordt voedster genoemd, een mannelijk konijn ram of rammelaar. Gemiddeld worden konijnen zeven of acht jaar oud. Konijnen zijn al op jonge leeftijd in staat om nakomelingen te krijgen. Een ram van zes maanden oud kan al een voedster bevruchten, terwijl een voedster al vanaf de derde maand bevrucht kan worden. Bij konijnen vindt er pas een eisprong plaats nadat het dier gedekt is. Na gemiddeld 31 dagen worden de jonge konijnen geboren. Dit zijn er, afhankelijk van het ras, tussen de vier en tien per worp. Per jaar gaat het om gemiddeld 20 nakomelingen per voedster.


Bestrijding

Wordt de populatie te groot en is bestrijding noodzakelijk, dan zijn er een paar mogelijkheden. Vergiftigen is verboden, dus geen optie. Wel bestaat er de mogelijkheid om een jager in te schakelen en deze jager de dieren te laten afschieten. De jager moet een jachtvergunning hebben en het terrein, in dit geval de begraafplaats, moet een oppervlakte hebben van minimaal 40 hectare of moet deel uit maken van een omringend jachtveld waardoor de oppervlakte van 40 hectare gehaald wordt. Voor jagen buiten het jachtseizoen moet een ontheffing worden aangevraagd. Volgens Edu van Tellingen van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging is jagen met geweer op begraafplaatsen echter bijna ondoenlijk. “Dat wordt alleen in uiterste gevallen gedaan, als er veel schade is. Kogels kunnen veel schade veroorzaken, een jachtvergunning voor begraafplaatsen is lastig te krijgen.”
Een ander optie is jagen met roofvogels, maar ook dat kan op een begraafplaats lastig zijn. Van Tellingen: “De vogels kunnen er vaak nauwelijks wegvliegen, omdat er te weinig open ruimte is.” Maar dat hangt uiteraard van de begraafplaats af. Op eenbegraafplaats dat nauwelijks in de bebouwing ligt en niet te veel bomen heeft, kan dit laatste toch effectief zijn. Verjagen met geluid wil soms helpen, maar dat moet heel regelmatig gebeuren en kost erg veel tijd. Het vangen van de konijnen in vangkooien, waarna ze elders weer worden uitgezet, is een methode. De kooien zijn echter kostbaar in aanschaf en vergen kennis en ervaring van de beheerder om konijnen mee te vangen.
Henk Visser is jager en fretteur (iemand die jaagt met een fret) op de Algemene begraafplaats in Zeist. Hij gebruikt dus zowel het geweer als de fret en vindt dit een ideale combinatie. Hij heeft een vergunning voor het jagen met geweer gekregen voor het 40 hectare gebied waarbinnen ook de begraafplaats valt. Visser: “Voor het hele gebied heb ik een jachtvergunning voor zes jaar. Voor de begraafplaats moet ik hem elk jaar opnieuw aanvragen. Naar mijn idee werkt het afschieten het best, omdat er meer tijdstippen zijn waarop ik kan werken. Bijvoorbeeld ook bij regen, de konijnen zitten dan niet in hun holen, en fretteren kan dan niet. Schieten geeft daarentegen wel veel lawaai en ik kan alleen jagen in de nachtelijke uren. Om het lawaai te beperken, schiet ik met een Kaliber 22. Dit type geweer is ook het beste voor het konijn. Als je hem raakt is hij meteen dood. Maar leuk vind ik het niet, ik doe het niet voor mijn lol. Het gaat erom de overlast te beperken. Daarom fretteer ik ook. Ik gebruik dat wat het beste uitkomt op een bepaald tijdstip.” Fretteur Erik van Heumen vindt het bejagen van konijnen met een geweer ‘vanwege veiligheidsoverwegingen’ niet aan te bevelen. “Vooral als de begraafplaats in de bebouwde kom ligt. Ik denk dat het bejagen van konijnen met behulp van de fret voor begraafplaatsen de beste methode is.”

Fretteren
Een fret is een bunzingachtig roofdiertje, dat van nature erg nieuwsgierig is. Maar ook aan het fretteren worden speciale eisen gesteld. Wanneer er binnen het jachtseizoen – van 15 augustus tot en met 31 januari – met de fret op konijnen wordt gejaagd, dan heeft de fretteur uitsluitend een grondgebruikersverklaring nodig. Buiten het seizoen dient een ontheffing te worden aangevraagd. De voorwaarden zijn per provincie anders; hiervoor kan navraag worden gedaan bij de Wildbeheerseenheid van de betreffende provincie (de Flora- en Faunawet is integraal op internet te vinden). De oogst (de gedode konijnen) mag trouwens geconsumeerd worden. Van Heumen legt zijn werkwijze uit: “Wanneer de fretteur met fretteren begint, worden eerst alle pijpen (holen) behorende bij één burcht met netjes (buidels) afgezet. Hiervoor dient de fretteur het terrein goed te kennen. Daarna wordt de fret in één van de pijpen losgelaten en gaat het dier in een hoog tempo op zoek naar de aanwezige konijnen, die van schrik het hol uitvluchten en in de buidels gevangen worden. De konijnen kunnen direct worden gedood, zonder pijn te hoeven lijden. Daarom is fretteren naar mijn idee de meest diervriendelijke bestrijdingsmethode. Blijkt dat het gevangen konijn drachtig is of jongen zoogt, dan zal ik het dier direct weer vrij laten. Is er de mogelijkheid om gevangen konijnen elders los te laten, dan gaat daar de voorkeur naar uit.” Maar wat als een fret een konijn onder de grond te pakken krijgt en niet meer boven komt? “Dat komt weinig voor. Om te voorkomen dat er naar de fret gegraven dient te worden, neem ik de volgende maatregelen. Ik gebruik alleen zeer kleine fretjes die zo’n 500 gram wegen. Pakt zo’n fretje dan toch een konijn, dan komt dit konijn soms met de fret op zijn rug in de buidel terecht.
Door de fret vóór het fretteren goed te eten te geven, wordt er niet gejaagd om voedsel te bemachtigen maar wordt er gejaagd om zijn nieuwsgierigheid te bevredigen. Bij het fretteren ga ik heel stil te werk, zodat de konijnen onder de grond niet in de gaten hebben wat er boven de grond gebeurt omdat ze anders in de holen blijven zitten. Daarnaast doe ik de fret een belletje om waardoor het konijn gewaarschuwd wordt voor het gevaar wat dreigt en al vroeg op de vlucht zal slaan.”


Preventie

Het beste is natuurlijk om in eerste instantie preventief te werk te gaan. Veel begraafplaatsen doen al het één en ander aan de bestrijding van de overlast door konijnen. Van Heumen: “Maar opvallend is dat die bestrijding vaak erg vrijblijvend is. Het probleem dient structureel te worden aangepakt. En dan bedoel ik dat zodra er konijnen worden gesignaleerd dien je al te beginnen met bestrijding, ook al er nog geen sprake van overlast. De winterperiode is hiervoor het meest geschikt. Uiteraard dient de beheerder de nabestaanden op de hoogte te stellen dat er iets aan de bestrijding van konijnen wordt gedaan om overlast te voorkomen. En wanneer bekend is voor welke bestrijdingsmethode wordt gekozen, dan dient ook dat te worden medegedeeld.” Van Heumen: “Ik vraag de beheerder op een plattegrond van de begraafplaats aan te geven waar de holen zijn. Liggen er tot 10 meter buiten de begraafplaats ook holen en mogen deze bejaagd worden, dan worden deze ook tot de begraafplaats gerekend. De eerste keer worden alle pijpen afgejaagd. De beheerder ontvangt van mij een mail, waarin wordt aangegeven waar en hoeveel konijnen er gevangen zijn. Na twee weken begin ik met de tweede vangbeurt. De holen die tot 2x toe zijn leeg gebleven, kunnen dan worden volgestort met zand. In januari kom ik een laatste keer. Mocht er toch nog een vierde vangbeurt nodig zijn, dan voer ik deze kosteloos uit. Het vangen van de konijnen vindt hoofdzakelijk plaats in de maanden november tot en met januari, omdat de meeste konijnen zich dan vanwege de lage buitentemperatuur onder de grond bevinden. Ik ga voor de 0-optie. Maar omdat ik maar een beperkt gebied mag afjagen (alleen de begraafplaats), kunnen er altijd weer konijnen vanuit de omgeving op de begraafplaats komen. Om de populatie zo klein mogelijk te houden, zal ik de beheerder voorstellen een onderhoudscontract af te sluiten, waarbij het terrein jaarlijks minimaal twee keer wordt afgejaagd.”