Aarde met een keurmerk
© Marjon WeijzenWat kunnen begraafplaatsen met de ‘aarde’ die overblijft na veraarden? Nederlandse natuur is gebaat bij verschraling en de meeste nabestaanden zullen er geen potjes van willen persen. Herdenkbomen lijken een betere bestemming.
Wat doe je met een grafkist vol compost? Dat is ongeveer wat overblijft na veraarden. Al varieert de hoeveelheid al naar gelang de methode. Een grafkist vol – zo’n driehonderd liter, drie à vier kruiwagens – is wat resteert bij Meine Erde in de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein, op dit moment de meest bekende plek (en voorbeeld) van veraarden. In Duitsland wordt het – vanwege de begraafplaatsplicht – ondiep begraven in een graf.
In Amerika gaat het anders. Afgelopen oktober schreef Walt Patrick van Herland Forest Natural Burial Cemetery in De Begraafplaats dat er daar ruim tweehonderd liter ‘bodemverbeteraar’ overblijft. De hoeveelheid hangt af van de methode van veraarden en met name van de hoeveelheid toegevoegd organisch materiaal, zoals houtsnippers (Herland) of hooi en stro (Meine Erde). Maar in ieder geval blijft er een hoeveelheid over die vele malen meer is dan de vier liter as na cremeren.
Die grote hoeveelheid is voor veel klanten van de Washingtonse natuurbegraafplaats reden om af te zien van terramation – zoals humaan composteren daar veelal wordt genoemd – of organic reduction. Ze kiezen in plaats daarvan voor een natuurgraf.
Wat voor Amerikaanse nabestaanden geldt, geldt nog sterker in ons dichtbevolkte landje. De meeste Nederlanders zullen hun dierbare niet in de vorm van compost mee naar een eigen tuin willen nemen, terwijl ze het misschien wel een mooi idee vinden dat die transformeert tot boom. Ligt daar een rol voor begraafplaatsen?
Keurmerk
Er is nog tijd om die vraag te beantwoorden, want áls het in Nederland al zal worden toegestaan, zal het nog wel een tijd duren. De Gezondheidsraad vindt dat er nog te weinig bewijzen zijn dat het proces en het resterende product veilig genoeg zijn. In haar advies van afgelopen najaar wijst zij onder andere op het risico van verspreiding van (prion-)ziekten (zoals Creuzfeldt-Jacob en Ebola, maar vooral tbc) en de resistentie tegen antibiotica (via DNA). Er is volgens de Gezondheidsraad nog veel onderzoek nodig, ook omdat humane compostering verschilt van het composteren van dieren – waar al vrij veel aan onderzocht is – doordat het individueel gebeurt en er veel zuurstof (lucht) wordt toegevoegd. Door de temperatuurstijging (tot 60-70 graden) worden de meeste ziektekiemen gedood, maar enkele resistente niet, en in de opwarmfase – de eerste dagen – gedijen ziektekiemen juist goed en kunnen zich mogelijk via de luchtaanvoer verspreiden. In Duitsland worden om dit risico tegen te gaan speciale filters gebruikt.
Compostdeskundige Adrie Veeken, 35 jaar actief met compost(eren) in wetenschap en praktijk, vindt deze redenering nogal vergezocht. “De kans dat een overledene zo’n besmetting heeft is heel erg klein.”
Veeken spreekt overigens liever van composteren dan van veraarden, want composteren is ‘een gedefinieerde term’. Het eindproduct – de compost – zou volgens Veeken een keurmerk moeten krijgen voor je het meegeeft aan nabestaanden. “Zo’n keurmerk is er al: Keurkompost, daar kun je zo bij aansluiten.”
Jenneke Haaksma, directeur van Stichting Veraarden, wil die kant helemaal niet op. “Wij pleiten voor een aparte status, net als as, waardoor de aarde niet als een afvalstroom wordt beschouwd.”
Nieuwe rituelen
Haaksma ziet allerlei nieuwe rituelen voor zich rond veraarden en de aardeverspreiding. “Tijdens de uitvaart kan het lichaam in een doek gewikkeld in de cocon geplaatst worden, later kan er een ritueel plaatsvinden bij het uithalen en het verplaatsen naar een rustbed en na een maand kan de compost worden gebruikt.” De cocon, de ‘tank’ waarin het veraarden plaats vindt, kan op locatie komen, waarna het proces in veertig dagen tijd plaats vindt op een zogenaamde ‘coconplaats’. Een soort camperplaats voor veraardingsvaten.
Compostdeskundige Adrie Veeken legt uit waarom er een rusttijd nodig is vóór de compost aan nabestaanden wordt meegegeven of de compost gebruikt wordt: “De compost rijpt na en er komen – vanzelf – goede bacteriën en schimmels in.” In Amerika wordt veelal een maand (28 dagen) rusttijd aangehouden.
Bestemming
Bij Meine Erde, waar veraarden in de deelstaat Sleeswijk-Holstein sinds 2022 (in het kader van een experimenteel wettelijk kader) wordt toegepast, wordt de aarde begraven in een ondiep graf. In Nederland zou de aarde, net als in Amerika, ook meegegeven kunnen worden of verspreid.
Uit een draagvlakonderzoek van Stichting Veraarden blijkt dat mensen die veraarden overwegen, dat doen met het idee dat hun lichaam teruggegeven wordt aan de natuur, in het besef dat ze onderdeel zijn van de kringloop van de natuur. Het merendeel van de respondenten die positief staan tegenover veraarden uit het onderzoek dat Kieskompas in oktober uitvoerde, wil dat hun lichaam wordt teruggegeven aan de natuur (77%), 44% denkt aan een (natuur)begraafplaats, ongeveer een derde aan privé-grond zoals een eigen tuin, en slechts een klein deel (dertien procent) wil in het openbaar groen ‘uitgespreid’ worden. Uitspreiden is de term die Stichting Veraarden gebruikt, parallel aan verstrooien van as.
Uit een andere vraag blijkt dat er de minste weerstand is tegen uitspreiden of begraven op een (natuur)begraafplaats (13%), terwijl bijna de helft van de respondenten – alle respondenten, dus ook degenen die neutraal of negatief denken over veraarden – niet wil dat de aarde verspreid wordt in het openbaar groen. Natuurgebieden (59%) en (natuur)begraafplaatsen (56%) worden als bestemming het positiefst beoordeeld.
Voor begraafplaatsen zijn er dus zeker mogelijkheden als bestemming voor de aarde. Dat ziet ook de LOB, waarvan bestuursleden Roel Stapper (Zuylen) en Kim Schwartz (PC Uitvaart) mee gingen op studiereis naar Meine Erde. Beide bedrijven zijn ook ‘soilmate’ (donateur) van Stichting Veraarden. Zijn er al concrete ideeën bij PC Uitvaart? Directeur Kim Schwartz: “We spelen geen actieve rol, maar vinden het een ongelooflijk mooie, nieuwe manier van lijkbezorging en houden de ontwikkelingen in de gaten. Begraafplaatsen zouden veraardingsgebieden kunnen worden, plekken met ondiepe graven met aarde, net als in Duitsland. Maar je kunt ook aan andere toepassingen denken, want net als veel begraafplaatsen hebben we op sommige plekken ruimte over. Veraarden kan de mogelijkheid bieden om de begraafplaats biodiverser te maken. We zouden bijvoorbeeld herdenkbomen kunnen planten.” Of een herdenkbomenkwekerij beginnen? “We moeten er nog een businessmodel op loslaten,” lacht Schwartz, die eerder denkt aan een ‘herinneringslandschap’ en ‘natuurlijk begraven.’ “Geleidelijk met respect voor de bestaande graven de biodiversiteit verbeteren,” legt ze uit.
Natuur
Walter Kooy, voorzitter van de Branchevereniging voor ‘echte natuurbegraafplaatsen’ (BRANA, ook soilmate van stichting veraarden) – “wij juichen nieuwe ontwikkelingen toe” – klinkt een stuk gereserveerder over de mogelijke toepassingen van ‘het residu’ zoals hij het noemt. “Dat zou op natuurbegraafplaatsen begraven kunnen worden, zoals dat ook met as kan, in een graf onder de grond waar het niet veel kwaad kan.” Maar waar het ook zeker niet bijdraagt aan de natuur. “Om natuur te creëren, moet je verarmen, niet verrijken,” stelt hij. “Verrijken leidt tot eenvormigheid: brandnetels en bramen. Als landbouwgrond wordt omgevormd tot natuur wordt de bovengrond ook eerst afgegraven.”
Op natuurbegraafplaatsen kan het residu dus niet verspreid, maar wel begraven worden, zonder kist, en wellicht kan het ook bovengronds worden gestort in de vorm van een grafheuvel. “Maar dan moeten we eerst meer weten over de samenstelling van het residu,” aldus de voorzitter van de natuurbegraafplaatsen.
Tuinieren
Ook op gewone begraafplaatsen verhoog je met veraardingsgebieden volgens Kooy de biodiversiteit niet. “Je kunt uiteraard wel de belevingswaarde op een reguliere begraafplaats verhogen door de verrijkte aarde te gebruiken om de groei van nieuw aangeplante bomen en struiken te versnellen. Zeker nuttig, maar je moet dat niet verwarren met een bijdrage aan de biodiversiteit.” Het gaat ook om waardes als stilte en sereniteit. “Je kunt een begraafplaats zo inrichten dat je het gevoel hebt dat je in de natuur staat.”
Jenneke Haaksma van Stichting Veraarden denkt dat er wel degelijk natuur geholpen kan zijn met de veraardingsaarde. “In rijke natte natuurgebieden, boomgaarden, plukweides en voedselbossen.” Hoewel dat laatste ook nog wel gevoelig ligt. Haaksma: “Uit gesprekken weten we dat nabestaanden het mooi zouden vinden om fruit te plukken van een boom waarin de dierbare is ‘opgegaan’, sommige hebben wel moeite met het idee om bijvoorbeeld wortels te eten die gevoed zijn met deze aarde.”
Adrie Veeken noemt nog een andere toepassing, die ook wordt toegepast bij het Finse compostbedrijf Kekkilä, waar hij aan verbonden is: inmengen in potgrond. Daarmee spaar je het afgraven van veen, en doe je dus, via een omweg, aan natuurbehoud.
Die potgrond kun je gebuiken voor de opkweek van – bijvoorbeeld – herdenkbomen. Voor begraafplaatsen die zelf aan opkweek doen misschien toch nog niet zo’n gekke gedachte?
België
In dit artikel wordt uitgegaan van een gecontroleerd composteringsproces van een individueel lichaam in een afgesloten tank. In Duitsland noemt men dat een cocon. De Gezondheidsraad adviseert meer onderzoek en een precieze beschrijving van het beoogde proces van veraarden in Nederland. Composteren in de open lucht lijkt in Nederland niet erg voor de hand liggend, hoewel het zeker voordelen heeft – er is weinig voor nodig, behalve tijd en toezicht. In Zwitserland wordt er wel onderzoek gedaan naar dit ‘humuseren’ zoals Jenneke Haaksma van Stichting Veraarden het noemt, ter onderscheid van veraarden. “Net als in Wallonië, waar de coöperatie die lobbyde voor humuseren in de open lucht gestrand lijkt te zijn en er nu een Waalse en een Vlaamse vereniging is.” De Waalse houdt alle methoden nog open (compostez-moi.be), de Vlaamse (mijnaarde.com) zit op de lijn van Meine Erde, noemt het proces ‘heraarden’ en heet MijnAarde.
Een persoonlijke noot
Zelf moet ik er niet aan denken om mijn lief bij de pompoenen of onder onze kwijnende goudrenet te verspreiden. Toch heb ik even zitten rekenen hoeveel mest ik op die manier zou besparen. Op de website van Velt, Vereniging ecologische leef- en teeltwijze, lees ik dat een fruitboom weinig bemesting nodig heeft: je plukt relatief maar weinig vruchten, het eigen blad volstaat. Maar: van bessen oogst je relatief meer en die hebben daardoor meer voeding nodig. Laten wij nou een heg van rode en zwarte bessen hebben. Op onze arme zandgrond geef ik die inderdaad jaarlijks een aardige portie paarden- en/of koeienmest. Ik reken uit dat ik die in het jaar dat mijn man overlijdt zou kunnen vervangen door zijn veraarde lichaam te ‘verspreiden’.
Maar nee, dan ga ik toch liever zijn graf bezoeken op onze begraafplaats!