Bovengronds begraven, nu nog slechts mondjesmaat

Er zijn nogal wat vooroordelen over het bovengronds begraven. Het zou stinken, er onpersoonlijk uit zien en het aanleggen ervan zou kostbaar zijn. Dat klopt niet, menen Wilfred Hilbers van Genius Loci en Ton Vermey van Den Boer Econorm. Zij hielden begin maart een seminar 'Bovengronds Begraven' voor begraafplaatsen en andere geïnteresseerden.

Bovengronds begraven, nu nog slechts mondjesmaat

© Pauline Prior

Er zijn nogal wat vooroordelen over het bovengronds begraven. Het zou stinken, er onpersoonlijk uit zien en het aanleggen ervan zou kostbaar zijn. Dat klopt niet, menen Wilfred Hilbers van Genius Loci en Ton Vermey van Den Boer Econorm. Zij hielden begin maart een seminar ‘Bovengronds Begraven’ voor begraafplaatsen en andere geïnteresseerden.

Op de lange termijn zijn er alleen maar voordelen, menen Wilfred Hilbers en Ton Vermey, vooral ten aanzien van de kostenbesparing op onderhoud en ruimen. En van de nadelen blijft na grondig onderzoek nauwelijks iets overeind, menen de twee. En om ook nog eens heel actueel te zijn: mocht het waterpeil door de opwarming van de aarde inderdaad steeds meer gaan stijgen, dan heb je daar bij bovengrondse graven maar weinig last van.

Het bovengronds begraven, of liever gezegd bijzetten, is elders de normaalste zaak van de wereld en van alle tijden, aldus Wilfred Hilbers van Genius Loci. En inderdaad, dit gebeurt al sinds mensenheugenis in de landen langs de Middellandse Zee, maar ook in Peru, de Filipijnen, Nieuw Zeeland. In die landen is de grond vaak te hard om in te begraven, maar er zit ook een emotioneel aspect aan vast. Men vindt graven in de grond iets armoedigs hebben. Grondgraven zijn dan ook meestal algemene graven; de bovengrondse graven zijn duurder en vaak familiegraven. Maar uiteraard verschilt het per land – zo meent men op Sicilië dat je alleen je hond onder de grond begraaft. Het toont van geen respect om je familie zo te behandelen.

Volgens een onderzoek onder Nederlandse nabestaanden door de gemeente Zwolle in 2006, vinden burgers bovengronds begraven vooral interessant omdat water (zoals grondwater en regen) niet bij de kist kan komen. Nabestaanden geven, merkwaardig genoeg, ook aan dat ze het een onaangenaam idee vinden dat het zo koud is in de grond en dat er ‘beesten aan hun overledenen zitten’. Animo voor bovengronds begraven is er dan ook zeker. Maar dan moeten begraafplaatsen ook willen.

In 2005 noemde Genius Loci bovengronds begraven in dit blad ‘de trend van de toekomst’, een ‘vorm van lijkbezorging met allure, voor mensen die iets bijzonders willen’. Sindsdien zijn nieuwe wand- of galerijgraven nog maar mondjesmaat aangelegd op Nederlandse begraafplaatsen. In Enschede is op de Algemene Oosterbegraafplaats een wand geplaatst. Op Duinhof in Lisse zijn honderd graven aangelegd en binnenkort worden op begraafplaats Kranenburg in Zwolle bovengrondse
graven geplaatst. De wandgraven op de Algemene begraafplaats Cauberg in Valkenburg en begraafplaats Heilig Landstichting in Nijmegen zijn al ouder.

Nieuw modulair systeem
Wilfred Hilbers van Genius Loci werkt al twintig jaar als begraafplaatsarchitect. Hij meent dat Nederland er nog niet aan toe is om hele bovengrondse dodensteden aan te leggen, zoals dat elders gebeurt. Zelf ontwikkelde Genius Loci enkele jaren terug als extreem voorbeeld van bovengronds begraven een piramide met 1500 graven; maar die zal niet snel geplaatst worden. Ook de eerder genoemde bovengrondse graven in Enschede, Lisse en Zwolle kenmerken zich veelal door een grootse opzet van soms honderden graven per begraafplaats, waar forse investeringen mee gemoeid zijn. Hilbers ontwikkelde voor Den Boer Econorm een kleinschalig modulair systeem van 3 x 3 bovengrondse gestapelde wandgraven. Hilbers: “Het voordeel is dat de investeringen gering zijn. Door latere koppelingen van systemen kan alles verder modulair worden uitgebreid. Het systeem dat nu in productie is genomen heeft als voordeel dat er grotere kisten geplaatst kunnen worden, binnen het formaat van 90 x 60 x 250 cm. Dit is belangrijk omdat de mensen steeds dikker en langer worden.” De vertering van lichamen gaat bovengronds veel sneller dan in een normaal graf, zegt Hilbers. “In een galerijgraf wordt, door een goede beluchting, een lichaam in zes maanden grotendeels verteerd. Afhankelijk van de temperatuur zijn de kleine botten in een jaar verteerd en gedurende de verplichte grafrust van 10 jaar zijn ook de harde botten voor een groot gedeelte verdwenen.”
Het systeem van 3 x 3 graven is immiddels in productie genomen. De module van 2 x 2 graven ligt klaar op de tekentafel.

Aanleg
De investeringskosten voor bovengronds begraven zijn weliswaar hoger dan het aanleggen van een traditioneel grondgraf met hetzelfde formaat, maar het onderhoud is op de lange termijn ‘veel goedkoper’, aldus Ton Vermey van DenBoer Econorm. “Vooral als men een actief ruimingsbeleid doorvoert.” Het onderzoek naar de mogelijkheid om het systeem te plaatsen doet Den Boer Econorm gratis. “We kijken daarbij naar de grondgesteldheid en de toegankelijkheid van het terrein. Een systeem van 3 x 3 weegt toch 25 ton en de ondergrond moet dat kunnen houden, ook al gebruiken we een kraan. We kijken dus naar de bodemgesteldheid, want het systeem heeft fundering nodig. Op een zandlaag kan het systeem zonder fundering, alleen op stalen balken, worden neergezet op goed ‘ingeklinkt’ zand. Alleen is dit zelden het geval. Meestal bestaat de bodem uit diverse grondsoorten en moet er een laag zand worden toegevoegd. Soms valt de keuze dan op het afgraven van bijvoorbeeld
de laag klei en het storten van zand. Een andere mogelijkheid is om een fundering te pulsen, een vorm van heien waarbij minder trilling vrijkomt.” Is het onderzoek gedaan, dan levert Den Boer Econorm alle bouwtekeningen en technische specificaties waarmee een bouwvergunning aangevraagd kan worden. “Is deze binnen dan volgt de levering van het systeem in ongeveer zes weken.” “Modules van 3 x 3 graven kunnen eventueel op elkaar gestapeld worden,” vervolgt Vermey, “maar dat wordt erg zwaar. Handiger is het om als begraafplaats te beginnen met één module en deze horizontaal uit te breiden wanneer deze volis. Ook kunnen de modules geïntegreerd worden in een wal, of een scheidingswand vormen.”
Belangrijk is dat de inpassing op een natuurlijke, vanzelfsprekende wijze gebeurt. Het eenvoudigweg plaatsen van deze elementen op een verloren hoekje komt wereldvreemd over en zal geen vraag oproepen. Een goede inpassing onder deskundig advies is zonder meer belangrijk.

Kosten en onderhoud
Het graf zelf heeft een ventilatiesysteem: een gat van 14 cm. met een luchtfilter dat mechanisch, dus niet elektrisch, werkt. Het filter krijgt een afdichting tegen vocht en ongedierte. Het luchtfilter is voorzien van koolstof dat de lucht zuivert, waardoor er nauwelijks geur vrijkomt. Dit koolstoffilter moet om de een à twee jaar vernieuwd worden, afhankelijk van wanneer het hele systeem vol is en hoe lang geleden de eerste overledenen zijn bijgezet. Vermey: “Het filter kost niet veel en is makkelijk te wisselen. Het lijkvocht verdampt en komt niet in de grond en later in het grondwater terecht. Het wordt in de buitenlucht opgenomen. Maar een eventuele uitstoot van gassen is te verwaarlozen.” De kist komt op een grafslede te staan; een plastic bak waarin eerst de kist wordt gezet en later de onverteerde overblijfselen worden opgevangen. “De grafslede kan drie keer worden gebruikt, gerekend over een periode van grafrust van 20 jaar per bijzetting. Zo is het ruimen een stuk eenvoudiger en goedkoper.” De richtprijs van een graf is 1600 euro, inclusief de koolstoffilters en kunststof afdekplaten. Vermey: “Hier komen de plaatsingskosten nog bij, maar bij het plaatsen van meerdere modules geven we een staffelkorting. Begraafplaatsen verdienen met dit systeem vooral aan het onderhoud.
Gezien de huidige uitgiftetarieven van bovengrondse graven zijn gemeenten en beheerders niet terughoudend in het bepalen van een uitgiftetarief van 20 jaar. Er is sprake van een evenwichtige exploitatie.” De graven zijn eenvoudig te ruimen, aldus Vermey: “Het systeem is onderhoudsarm en kan zeker honderd jaar mee. Ook voldoet het aan de richtlijn voor duurzaamheid die volgend jaar van kracht wordt voor gemeentelijke instellingen, waarbij 50% duurzame producten moeten worden ingekocht van het totale investeringspakket. Wij streven er naar bij de productie gebruik te maken van
gerecyclede grondstoffen zoals gerecycled beton met een (mogelijke) toevoeging van gerecycled asfalt; hieraan kan nog een grijze kleurstof worden gevoegd. Aan de buitenkant wordt het graf afgedicht met gipsbeton en een ‘versierende’ afdeklaag naar keuze. Dit kan bijvoorbeeld 30 mm. natuursteen zijn. Ook kan er ledverlichting worden aangebracht, die werkt op solar. Het systeem is aan te passen aan allerlei wensen.”

Op het seminar in Heemstede kwamen vijftig beheerders af. De belangstelling was dermate groot dat een week later een tweede seminar werd georganiseerd. En omdat de belangstelling uit België ook groot is wordt daar in april nog een seminar gehouden. Bij navraag onder het publiek bleek dat velen serieus overwegen deze vorm van begraven toe te gaan passen. Voor Ton Vermey is het geen vraag: Ton gaat zelfs zover dat hij zijn levenseinde koppelt aan zijn product bovengrondse graven.