Ruimen: pleidooi voor ‘professionaliseringsslag’

Ruimen: pleidooi voor 'professionaliseringsslag'

© Rob Bruntink

Het AD pakte begin juli groots uit: Graven geruimd als vuilnis. Waardoor opnieuw de kwaliteit van het ruimen tot nieuws werd gebombardeerd. Ook roeren nu twee ondernemers die aan de wieg stonden van de Branchevereniging Ondernemers Begraafplaatsbeheer (BVOB) zich in de discussie.

“Het ruimen moet en kan met meer respect gebeuren.” Ieder skelet zijn eigen knekeldoosje bijvoorbeeld.

Rob Zweekhorst is namens de gemeente Heerhugowaard verantwoordelijk voor de begraafplaats aan de Krusemanlaan. “Het hoofd van mijn afdeling kwam op een ochtend binnengelopen, gaf me de krant en zei: ‘Moet je dit eens lezen’. Ik zag de kop: ‘Graven geruimd als vuilnis’. En daaronder, de eerste regel: ‘Heerhugowaard – Het ruimen van algemene graven waarvan het grafrecht is verlopen, gebeurt in Nederland geregeld zonder respect voor nabestaanden’. Ik dacht: wat is hier nu aan de hand? Gaat dit over ònze begraafplaats? Ik schrok ervan.”

Een halve minuut later was Zweekhorst wat gerustgesteld. Want juist de begraafplaats waarover het artikel in eerste instantie lijkt te gaan, krijgt na enkele alinea’s alle lof toegezwaaid: ‘Lang niet overal gaat het zo netjes als in Heerhugowaard: op een grasveld vlakbij de ingang staat een monument ter nagedachtenis. De namen van geruimde overledenen staan gegraveerd in goudkleurige plaatjes die op het monument zijn bevestigd’. Zweekhorst: “Er zijn mensen die koppen snellen en er zijn mensen die de artikelen helemaal lezen. Ik had die dag dus nog wel wat telefoontjes verwacht, maar er is niets gebeurd. Ook in de gemeenteraad zijn geen vragen gesteld.”

Massaslachting
Wie slechts de kop en de eerste zinnetjes had gelezen, kreeg een macaber beeld voorgeschoteld van het ruimingswerk in Nederland. Dat wordt nog eens extra aangezet in de eerste regels van het vervolgartikel, verderop in de krant. ‘Het lijkt wel of er een massaslachting heeft plaatsgevonden. Het is om misselijk van te worden,’ laten de twee betrokken (freelance-)journalisten een anonieme vrouw zeggen aan wie ze net een foto van een open knekelput hebben laten zien. De anonieme vrouw liep op de begraafplaats in Heerhugowaard. De foto betrof een knekelpunt van een andere begraafplaats, mogelijk zelfs van buiten Nederland. Hoezo serieuze journalistiek?*

Behalve de anonieme vrouw worden in het artikel twee vaklieden geciteerd: Arno Voogt, eigenaar van bedrijf Voogt Graaftechniek in De Lier (ZH) en mede-oprichter van het BVOB, en Ike de Graaf, eigenaar van bedrijf Meersma BV in Pijnacker en eveneens mede-oprichter van de BVOB. Zij lichten in AD toe wat er niet deugt aan de manier waarop er in Nederland met het ruimen van oude graven wordt omgegaan. Gemeenten laten het ruimen volgens hen regelmatig over aan bedrijven die niet deskundig zijn, zoals hoveniers of loonwerkers. Daardoor zouden er afschuwelijke situaties ontstaan: knekelputten zouden – behalve met knekels – tevens gevuld worden met schoeisel en kleding, en het ruimen wordt ook nog eens respectloos gedaan. Voogt noemt wat voorbeelden: de ruimers hebben de radio aan, de ruimers werken met ontbloot bovenlijf en het deel van de begraafplaats waar geruimd wordt, wordt niet afgeschermd.

Vakantiekrachten
“Allemaal het gevolg van gemeenten of andere begraafplaatsbeheerders die goedkoop klaar willen zijn,” zegt Voogt in een toelichting aan De Begraafplaats. “Daarom schakelen ze zo’n niet-gespecialiseerde hovenier in, of een loonbedrijf. Ruimen is echter een vak apart. Dat kun je niet overlaten aan bedrijven die dit ‘er maar even bij doen’.” Gevraagd naar ‘namen en rugnummers’ (‘Welke gemeenten hebben welke bedrijven ingeschakeld die volgens u broddelwerk hebben afgeleverd?’), blijft het antwoord uit. In het AD verwijst Voogt naar een enquête die de BVOB zou hebben gehouden over het ruimen. Daaruit zou zijn gebleken dat gemeenten soms sociale werkplaatsen het ruimwerk laten doen. Of dat loonbedrijven jongens van 14 jaar als vakantiekrachten inzetten. Of de enquête openbaar is en toegestuurd kan worden? Daarvoor moet Voogt even overleg plegen met de mede-bestuursleden. Na twee weken was het daar nog steeds niet van gekomen.

Ike de Graaf komt weliswaar aan het woord in het AD, maar dit blijken citaten te zijn uit een tijdschrift van ProCensus, een adviesbureau op het gebied van natuur en milieu. In het AD wordt dit niet vermeld. ‘De generatie die heeft meegewerkt aan de opbouw en welvaart van Nederland wordt gedumpt als vuilnis en dat moet veranderen!’, klinkt het strijdlustig in de eerste alinea. Vervolgens wordt uit de doeken gedaan hoe het ruimen ‘met meer eerbied’ kan geschieden. Zodat er sprake kan zijn van ‘ethisch ruimen’. Wat De Graaf betreft wordt het voor iedere begraafplaats verplichte kost. De Wet op de lijkbezorging moet daartoe worden aangepast.

Knekeldoosjes
De ‘nieuwe methode’ die De Graaf bedacht heeft, zal vaste lezers van De Begraafplaats bekend voorkomen: niet meer trommelen, maar ieder stoffelijk overschot handmatig verzamelen en in een doosje stoppen. Vervolgens kunnen de doosjes keurig worden opgestapeld in de knekelput. Op een handvol begraafplaatsen heeft hij het inmiddels op deze manier gedaan. “Naar grote tevredenheid van alle betrokkenen,” zegt De Graaf. “Per graf kost het de gemeente een paar euro meer, voor de doosjes, maar dat heeft de opdrachtgever er graag voor over.”

Ook Voogt heeft nu ‘drie of vier keer’ een ruiming gedaan met de doosjes. “Ik zal je eerlijk zeggen dat ik er een paar jaar geleden nog heel sceptisch over was, maar nu ben ik een echte promotor geworden.” Omdat hijzelf zo sceptisch is geweest, snapt hij de weerstand in de branche: “Maar ik denk dat we een beetje bedrijfsblind zijn. Ik ben geraakt door het Comité van Waakzaamheid, het initiatief van Hans Holdorp (zie De Begraafplaats, lente 2004, red.). Ruimen kan nu een veel netter resultaat opleveren dan de aloude knekelput. Ik zie het als een soort professionaliseringsslag die de branche moet maken.”

Hans Holdorp is blij met de steun vanuit de branche. “Aan allerlei ontwikkelingen merk ik dat het kwartje her en der begint te vallen,” zegt hij. “De tijd lijkt rijp voor veranderingen.” In september vorig jaar sloot hij een convenant met de gemeente Apeldoorn, waardoor ‘de knekelput-oude-stijl’ in die gemeente tot het verleden is gaan behoren. “Sindsdien hebben vele andere gemeenten belangstelling getoond voor onze visie. Wij zeggen: waarom zou je van een knekelput nog een vieze troep maken als het ook netjes kan? Het argument ‘we hebben het altijd zo gedaan’ is voor mij geen argument. Ook de stelling ‘nabestaanden kiezen ervoor’ vind ik niet terecht. Voor en na een begrafenis wordt geen informatie verstrekt over het ruimen. Dat doet de uitvaartondernemer niet, maar ook de begraafplaatsmedewerker niet. Logisch dat, met uitzondering van de ‘professionals’, de gemiddelde burger nog steeds niet op de hoogte is van wat er in werkelijkheid bij het ruimen gebeurt.”

Holdorp en zijn Comité willen bereiken dat begraafplaatsen in de toekomst verplicht worden de knekels individueel te ruimen. Hij rekent erop (‘De lobby is in volle gang’) dat een aanzet daartoe in de volgende reeks aanpassingen op de Wet op de lijkbezorging wordt gegeven. Een ‘oriënterend bilateraal overleg’ hierover met de LOB lijkt Holdorp een goede zaak.

Foto
Tot slot even terug naar het artikel in het AD. Al dat schelden op loonbedrijven en lokale hoveniers, is dat werkelijk om de respectloosheid die zij daarbij aan de dag zouden leggen of gaat het gewoon om geld? “Nee,” zegt Voogt gedecideerd. “Het gaat me om de piëteit en het respect. Ik zou aan niemand van buiten de branche foto’s durven laten zien van een gemiddelde knekelput. Maar een foto van zo’n knekelput met doosjes… geen probleem.” Ook De Graaf zegt al even gedecideerd ‘Nee’. “Het graven ruimen is een deel van mijn werk, en het zorgt niet voor mijn hoofdinkomen. Ik heb een aannemingsbedrijf in de grond-, weg- en waterbouw. Als ik door mijn mening een paar klanten kwijt raak is dat jammer, maar dan zet ik m’n mannen ergens anders in. Ik heb evenmin economische belangen in die doosjes-productie. Het gaat me echt om het respect. Ik erger me even goed aan de smalle paadjes op vele begraafplaatsen. Ik ken helaas veel te veel treurige verhalen over mensen die rolstoelafhankelijk zijn geworden en sindsdien niet meer bij het graf van hun partner kunnen komen. Ik vind dat dat niet mag bestaan in Nederland. Iedere begraafplaats moet toegankelijk zijn, ook voor invaliden.”

Zweekhorst van de gemeente Heerhugowaard bevestigt indirect dat het wat De Graaf betreft niet om geld gaat. “Ik was enorm verbaasd toen ik in het AD-artikel de heer De Graaf zo hoorde afgeven op de kwaliteit van het ruimen. Zeker toen ik tijdens het lezen nog even dacht dat het over Heerhugowaard ging. Want de laatste twee keer dat we hebben geruimd, heeft het bedrijf van De Graaf het ruimwerk voor ons gedaan. Dat is toen keurig uitgevoerd. Met knekeldoosjes. Binnenkort moet er opnieuw een deel geruimd worden. Wat mij betreft komt De Graaf wederom in aanmerking  het werk te doen.”

* Volgens de freelance-journalisten die het artikel geschreven hebben, was het de beslissing van de redactie van AD om een foto van een willekeurige knekelput af te drukken.

Nieuwe wensen rond ruimen
De manier waarop het AD in juli de aandacht vestigde op ‘de kwestie ruimen’ – ‘Het is om misselijk van te worden’ – zullen weinigen erg ‘kies’ hebben gevonden. Dat neemt niet weg dat het misschien inderdaad zo is dat ‘de maatschappij’, de burgers of de nabestaanden het huidige ruimen niet meer van deze tijd vinden, meent onder andere ook Wim Cappers, funerair historicus. Cappers opperde onlangs in Het Uitvaartwezen dat er wellicht sprake is van ‘nieuwe wensen in de samenleving’ als het gaat om de ruiming van graven en het plaatsen van de overblijfselen in de knekelput. ‘Als een asbus kan worden bijgezet, dan kunnen geruimde botten, die vanuit het oogpunt van lijkontbinding op één lijn met as kunnen worden gesteld, toch ook in dozen of hoezen worden gedaan om in een algemeen verzamelgraf te begraven?’ En: ‘Evenals het begrip “laatste rustplaats” is de term “knekelput” geen statisch begrip.’
In een officiële reactie van de LOB, laat deze allereerst nogmaals weten – want het is belangrijk dat dit blijft worden gezegd – dat 1. het ruimen nu geheel volgens de Wet op de lijkbezorging verloopt en 2. de LOB er alles aan doet om haar leden te wijzen op een goede voorlichting aan nabestaanden over het fenomeen huurgraven en ruimen. Van de door de BVOB en het Comité van Waakzaamheid gestelde toenemende afkeer bij de Nederlandse bevolking voor de huidige manier van ruimen, merkt de LOB nochtans weinig. LOB- secretaris Arie van Kooten: “Zogenaamde nieuwe wensen komen bij een enkeling voor, van een massaal verlangen naar andere werkwijzen is geen sprake. Bij met name grotere begraafplaatsen, waar regelmatig wordt geruimd, is er altijd de keuze voor nabestaanden om de stoffelijke resten over te brengen naar een eigen graf. Hier wordt zeer beperkt gebruik van gemaakt.”
Belangrijker vindt de LOB nu deze vraag: Waarom is de BVOB niet naar ons toegekomen? Waarom wordt in de laatste Nieuwsbrief van de BVOB, waarin een artikel over piëteitsvol ruimen staat, de LOB helemaal niet genoemd? Van Kooten: “Het had de BVOB gesierd als ze hun bevindingen met de LOB hadden besproken. Veel van onze leden werken met leden van deze organisatie.”