Steen des aanstoots

Steen des aanstoots

© Harry Perrée

Is de Nederlandse grafsteen vrij van kinder- en slavenarbeid? Tien jaar betrokkenheid van Nederlandse natuursteenbedrijven bij duurzaam natuursteen heeft geleid tot ‘een druppel op een gloeiende plaat’. “Maar goed, we zijn begonnen.”

Werken Indiase kinderen mee aan de productie van Nederlandse grafstenen? Dit voorjaar nam het tv-programma Keuringsdienst van Waarde de Indiase grafsteen op de korrel. Twee afleveringen lang hing kinderarbeid als Zwaard van Damocles boven uit India geïmporteerde grafstenen. Hoe kan dat nu? Immers, al in 2006 had de Werkgroep Duurzaam Natuursteen (WGDN) kinderarbeidvrije grafmonumenten op haar wensenlijstje staan. Tijd om de thermometer in de grafsteen te steken: hoe duurzaam zijn onze grafmonumenten?

Daarover heeft De Begraafplaats medio 2012 ook al eens zijn licht opgestoken. Frans Papma van de WGDN liet toen dit noteren: “De productie van graniet is zwaar gemechaniseerd. Wij hebben nooit kinderarbeid aangetroffen. Ik kan het niet uitsluiten, maar het is geen regel en we hebben het nooit gezien.” Ook schuldslavernij, die arbeiders door noodgedwongen schulden aan groeves of fabrieken ketent, was hij niet tegengekomen. Wel constateerde Papma dat de arbeidsomstandigheden vaak slecht waren: lang werken, veel steenstof en arbeiders die zonder geld en medische zorg achterblijven in geval van een ongeluk.

Draagvlak

Vlak daarna werd de WGDN ondergebracht in het Engelse TFT Responsible Stone Program. “We kwamen erachter dat als je dingen wilt veranderen in India en China je een groter draagvlak moet hebben, zeker qua inkoop,” verklaart Toon Huijps, de Benelux-coördinator van TFT RSP. De bedrijven betalen een bijdrage aan TFT. Met dat geld worden verbeterprogramma’s bekostigd die TFT begeleidt bij de leveranciers in India en China. Huijps: “Het programma wordt uitgevoerd door de importeur, samen met de leverancier in India of China, onder begeleiding van TFT daar.”

TFT hanteert drie niveaus van naleving van haar gedragscode. Vanaf niveau 1 is er geen sprake van kinderarbeid of moderne slavernij, niveau 2 omvat daarnaast onder andere milieumanagement. Fabrieken en groeves met niveau 3 betalen niet het (erg krappe) wettelijke minimumloon, maar living wages, een loon waar een gezin van kan rondkomen. “Tot nu toe hebben we vier fabrieken en groeves op niveau 1 gebracht van onze gedragscode,” laat Huijps weten. Eind dit jaar zijn dat er zes en volgend jaar mikt hij op vijftien fabrieken en groeves. Van duizenden fabrieken en groeves hebben er vijftien het laagste nalevingsniveau, de vrucht van tien jaar Nederlandse inspanning. “Klopt, het is een druppel op een gloeiende plaat. Maar goed, we zijn begonnen.”

Concludeerde De Begraafplaats in 2012 dat het proces van verduurzaming van de grafstenen langzaam en stroperig is, dat lijkt anno 2015 niet anders. “De afgelopen drie jaar waren moeizaam, maar er worden momenteel wel een aantal resultaten behaald,” oordeelt Diewertje Heyl van de Landelijke India Werkgroep (LIW). “Het is zeker niet makkelijk om leveranciers mee te krijgen hierin. Wij zijn een kritische club, maar we moeten ook erkennen dat TFT RSP een van de weinige clubs is die daadwerkelijk resultaat behaalt. Hoewel het op kleine schaal is.”

Schrikken

Een complimentje dus. Aan de andere kant ziet de LIW weinig actieve voortrekkers onder de Nederlandse natuursteenbedrijven. Zeven bedrijven, volgens Huijps goed voor ongeveer 15 procent van de Nederlandse natuursteenmarkt, zijn TFT-lid (ze staan op de site van TFT: www.duurzamenatuursteen.nl). Tijd om de situatie in India opnieuw in kaart te brengen, vond de LIW. “Zodat ze daarvan schrikken,” verklaart LIW-directeur Gerard Oonk. “Blijkbaar is er meer druk nodig, meer publiciteit, meer aandacht, ook van de overheid, om deze sector in beweging te krijgen.”

En dus lag er in mei van dit jaar het rapport Rock Bottom, Modern Slavery and Child Labour in South Indian Granite Quarries, dat de LIW samen met een internationale en een lokale ngo heeft gepubliceerd. De onderzoekers constateren dat in een van de twee onderzochte deelstaten steeds minder, maar in de andere nog volop sprake is van kinderarbeid; en dat meer dan 90 procent van de arbeiders geen arbeidscontract op papier heeft staan, waardoor het lastig is voor hen om het wettelijk minimumloon, overuren of een schadeloosstelling na een ongeluk op te eisen. Bovendien wonen in de meeste groeven de arbeiders onder zeer slechte omstandigheden en hebben ze maar beperkt toegang tot schoon water en gezondheidszorg. De veiligheid op de werkplek is bijna altijd onvoldoende.

Al met al geeft het rapport een ontluisterend beeld van de natuursteenindustrie, hoewel Huijps het liever anders formuleert: “Er is nog veel werk aan de winkel.” De sleutel voor succes ligt deels bij de Nederlandse natuursteenbranche, aldus Huijps. Immers, hoe meer Nederlandse bedrijven meedoen, hoe meer Indiase leveranciers van deze bedrijven onder de TFT-aanpak komen te vallen.

Het Apeldoornse natuursteenbedrijf Hoogenberg is één van de zeven Nederlandse TFT-leden en de enige daarvan die grafmonumenten importeert. Mede-eigenaar Ben Geradts legt uit waarom hij lid is. “Wij doen uitsluitend in China onze bedrijfsvoering. Bij onze afnemers kwamen we veel tegen dat het in China allemaal slechter is, zwak geregeld, met kinderarbeid, terwijl dat verre van waar is. Ik wil ook niet aan iets deelnemen wat schade aan de mens of de omgeving berokkent,” vertelt Geradts. Door aan TFT deel te nemen, geeft hij handen en voeten aan die intentie.

Hoogenberg heeft meebetaald aan een verbeterplan voor zijn Chinese leverancier. Wat heeft dat opgeleverd? “Het voornaamste zijn de arbeidsomstandigheden. In de groeves lopen ze bijvoorbeeld allemaal met teenslippers. De nooduitgangen, de elektra, de werkbriefjes,” somt Geradts op. Hoogenberg betaalt mee aan veilig schoeisel voor de Chinese arbeiders.

Beetje blij

Financiële winst leveren de inspanningen het Apeldoorns bedrijf tot nu toe niet op, zegt Geradts. Morele winst wel. “Handel hoeft niet ten koste te gaan van een ander. Iedereen moet een beetje blij worden binnen de keten. Als dat niet zo is, is het allemaal tijdelijke handel.” Dat is mooi, maar valt hem ook tegen. “Je hoopt dat het een keer gewaardeerd gaat worden. Dat merken we nog niet zoveel. Van de consument die zijn T-shirtjes haalt bij de Primark kun je dat misschien verwachten, maar van een overheid vind ik dat teleurstellend.” Sinds de crisis is uitgebroken, bekommeren overheden zich weinig om duurzaamheid en letten ze enkel op de prijs. Terwijl prikkels, meent hij, moeten komen van de opdrachtgever: overheden, maar ook consumenten. “Als je onderaan in de keten iets vraagt, zal het uiteindelijk bovenaan terechtkomen. Ik neem maar even de plofkip. Als de consument die niet meer neemt, dan krijg je verandering.”

Branchevereniging D.I. Stone (D staat voor ‘duurzaamheid’) erkent dat de natuursteensector in beweging moet komen ,maar kan zich niet vinden in het beeld dat in het rapport ‘Rock Bottom’ wordt geschetst. Het beeld is “niet compleet,” vindt voorzitter Kees Eckhardt. “Er zijn een paar importeurs die importeren vanuit India naar Nederland. Ik heb toevallig met zo’n importeur aan tafel gezeten en gezegd: ik wil de certificaten zien. Ik heb zo’n certificaat overhandigd gekregen.”

Op verzoek mailt hij het certificaat, een zesregelige verklaring uit 2012 van het Department of Inspectorate of Factories, Government of Tamil Nadu, India met het verzoek dit verder ‘intern’ te houden uit concurrentieoverwegingen van de leverancier. Gerard Oonk van de LIW hecht aan dit soort verklaringen weinig waarde: “Er wordt (in India, HP) heel veel gerommeld met certificaten,” zegt hij. “Je wilt weten wat voor systeem daar achter zit. Gaat het om een serieuze controle?” Dat kan Eckhardt niet aangeven, maar hij zal het aan zijn leverancier vragen, reageert hij. “Je moet het zo zien: het is een ontwikkeling die gaande is. Als de overheid haar eisen niet oplegt, dan duurt het vrij lang voordat dat allemaal landt bij de bedrijven. Wij zien het als D.I. Stone als onze taak om daar een stukje leidraad in te geven en onze leden daarin te begeleiden.”