Succesverhaal in Hilversum

In Hilversum is in 2019 de oudste gemeentelijke begraafplaats nieuw leven ingeblazen en het verwaarloosde ontvangstgebouw gerenoveerd. Op Bosdrift wordt weer begraven en het gebouw – met aula, café en een grote zolder voor bijeenkomsten – wordt intensief gebruikt. “Toen de begraafplaats weer open was en het gebouw gerestaureerd, kwamen de mensen vanzelf.”

Succesverhaal in Hilversum

© Pauline Prior

In Hilversum is in 2019 de oudste gemeentelijke begraafplaats nieuw leven ingeblazen en het verwaarloosde ontvangstgebouw gerenoveerd. Op Bosdrift wordt weer begraven en het gebouw – met aula, café en een grote zolder voor bijeenkomsten – wordt intensief gebruikt. “Toen de begraafplaats weer open was en het gebouw gerestaureerd, kwamen de mensen vanzelf.”

Bosdrift is een kleine begraafplaats, slechts twee ha groot. De begraafplaats werd in 1895 aangelegd, op de grens van Hilversum. Sindsdien groeide het inwonertal van Hilversum in een rap tempo en nu ligt de begraafplaats midden in een woonwijk. Bosdrift is ontworpen door de bekende tuinarchitect Leonard Springer, het was zijn eerste ontwerp voor een begraafplaats, hij maakte er tevens een mooi bomenplan voor. De Thuja plicata, de levensboom bij de entree getuigt daar nog van. Het indrukwekkende ontvangstgebouw is ontworpen door de gemeentearchitect Piet Andriessen, met daarin twee wachtruimten (eerste en tweede klasse), een aula, koffiekamer, kantoor en personeelsruimten. Tussen 1965 en 2005 was de begraafplaats gesloten, er werd alleen nog bijgezet in bestaande graven.

De begraafplaats hoort nu bij de Uitvaartstichting Hilversum, die naast Bosdrift ook de Noorder- en Zuiderbegraafplaats exploiteert. De gemeente is eigenaar en de stichting huurt. Anita van Loon is directeur van de stichting en een van de eerste dingen die ze deed was aula én begraafplaats (onder andere met natuurgraven) nieuw leven inblazen.

“De Aula stond leeg tot 2019 en was zwaar verwaarloosd. Al in 1970 was de beheerder vertrokken uit het woonhuis. Er trok een kraker in en later werd het verhuurd door Adhoc aan diverse creatieve bedrijfjes. Er was geen elektra meer en de vloer was één zandvlakte. Het groen groeide welig langs de kozijnen. Het was een spookachtige plek geworden. Er werden drie architecten gevraagd voor een ontwerp waarbij de sleetsheid en het verhaal van het gebouw een ontwerpvraag was. Buro Stiel won de aanbesteding en liet het oude in het nieuwe terugkomen. Zo zijn er verschillende houtsoorten te zien en is niet alles glad geplamuurd. Sommige bezoekers vinden het niet af maar het is zo wel een heel levendig pand geworden, want dat is ons motto: Bosdrift leeft weer. De plek werd nieuw leven in geblazen, maar met respect voor het oude.”

Huiskamer
In 2021 was de opening en sindsdien leeft het gebouw. Het wordt gebruikt voor diverse doeleinden, “die allemaal gerelateerd zijn aan leven en dood,” aldus Van Loon. “Vanuit het gebouw heb je uitzicht op de graven, dus om het te gebruiken voor een huwelijk of een verjaardag ligt niet voor de hand. Op de hoek, net naast de entree, is een 24-uurs kamer met opbaarmogelijkheid, waar nabestaanden via een code naar binnen kunnen op elke moment waarop ze willen. Daar is ook een toilet. Daarnaast is de aula, die heeft plek voor 45 mensen, soms wordt die alleen gebruikt door de naasten, de intimi van de overledene. Mensen die wat verder weg staan kunnen op de zolder via een livestream de plechtigheid bijwonen. Daarnaast is het café, waar iedereen welkom is. Er staat een piano en als er geen diensten zijn wordt daar ook wel op gespeeld. En daarnaast en erboven is het hoofdkantoor van de stichting en nog een zolder die gebruikt wordt voor bijeenkomsten.”

Het inloopcafé heeft de naam Huiskamer van Springer en is elke dag geopend van 10.00 tot 16.00 uur. Gebruikers zijn mensen uit de buurt en nabestaanden die een graf bezoeken. Het wordt gerund door vrijwilligers. Vandaag, zoals elke maandag, staat Hans er: “De buurt is heel gemêleerd en de mensen zijn best wel open. Het Gooi bestaat uit meer dan villa’s en het zijn vaak mensen uit de buurt die op het terrasje zitten. Mensen kunnen hier ook komen voor een gesprek over hun verlies, dat hoeft niet, maar kan, ik sta er voor open.”

De stichting organiseert zelf ook veel. Van Loon: “Er zijn gastlessen van het MBO, dan praten we met ongeveer honderd scholieren over rouw en verlies. Er zijn lotgenotenavonden. En eens in de zes weken luistert onze huis-troost-dichter Robert Grijsen naar mensen hun verhaal die hij dan in een gedicht vertaalt en meegeeft mee naar huis.”

Daarnaast wordt het gebouw veel verhuurd. “Aan een psycholoog die gesprekken voert over rouw en verlies met jongeren, er worden ‘Stille Yoga lessen’ gegeven, een VVE vergadert hier, evenals een notariskantoor. Uitvaartacademie Après la Vie geeft er een leergang voor toekomstige uitvaartleiders. De meeste organisaties betalen huur en ze zijn verplicht om de catering via ons af te nemen waarvan wij een percentage krijgen. Dat het commercieel haalbaar moet zijn is logisch want we willen naast de lopende kosten en onderhoud ook het pand verduurzamen. De muren zijn enkel steens, maar het dak is geschikt om zonnepanelen op te leggen. Sommige dingen gaan spontaan, er kwam laatst een man informeren naar een familiegraf, die was verlopen maar niet geruimd. Dat vond hij zo bijzonder dat hij meteen doneerde voor het onderhoud van het graf maar ook voor ander onderhoud op de begraafplaats.”

Op Bosdrift zijn alleen eigen graven, ook ‘eeuwigdurende’. Geen natuurgraven meer, die zijn allemaal al bezet of gereserveerd. De begraafplaats staat open voor avondbijzettingen en -diensten, en ook het weekend is geen probleem. Het tarief is dan hetzelfde als door de week. Volgens Van Loon ‘liep’ het direct na de renovatie: “Toen de begraafplaats weer open was en het gebouw gerestaureerd, kwamen de mensen vanzelf.”

Gulden Boek
Hilversum heeft sinds 1953 het ‘Gulden Boek’, hierin worden personen ingeschreven die zich op een bijzondere manier hebben ingezet voor Hilversum, op voordracht van anderen. “De graven van de personen die in het boek staan en die zijn overleden en op Bosdrift liggen, zullen zoveel mogelijk in stand worden gehouden, ook als er geen nabestaanden meer zijn.” Dit jaar is Van Loon ingeschreven in het Gulden Boek. “Nu vind ik mezelf niet zo heel bijzonder, ik doe gewoon mijn werk, maar toch is het leuk.”

Aula’s op de begraafplaats: in vroeger tijden werden ze volop gebruikt. Lagere begraafcijfers in combinatie met vaker het afscheid elders en verouderde inrichtingen, zorgden voor leegstand. Op diverse begraafplaatsen heeft de aula – om het gebouw weer aantrekkelijk te maken – een flinke makeover gekregen. Een serie artikelen over aan de tijd aangepaste en gerenoveerd aula’s.


Anita van Loon