Borgen van overgaande grafrechten naar nieuwe rechthebbende?

Rubriek: Begraven en regelgevingOnderwerp: f. Wettelijke voorschriften

VRAAG

Is het voor het juridisch overgaan van een grafrecht nodig dat wij een verklaring van erfrecht opvragen? Of is er nog een andere manier waarop we kunnen borgen dat de grafrechten overgaan naar de nieuwe rechthebbende?

ANTWOORD

U stelt uw vraag namens een gemeentelijke begraafplaats en er is dus sprake van een Beheersverordening. Het overschrijven grafrecht kan op een aantal momenten gedaan worden. Zo kan de rechthebbende al ‘bij leven’ het grafrecht overdragen aan een andere (rechts-)persoon. In uw Beheersverordening lees ik geen beperking ten aanzien van aan wie het grafrecht overgeschreven kan worden. De andere mogelijkheid is na het overlijden van de rechthebbende. Na overlijden van de rechthebbende kan volgens jullie Beheersverordening binnen een jaar een verzoek tot overschrijving gedaan worden. In principe kan eenieder dat verzoek indienen. Dat is niet voorbehouden aan een partner, kinderen of kleinkinderen. Een verklaring van erfrecht is helemaal niet van toepassing. De eerste die aangeeft dat hij of zij de nieuwe rechthebbende wil worden, kan het grafrecht op naam gesteld krijgen. De meeste snelle manier is natuurlijk wanneer de rechthebbende komt te overlijden en in ‘zijn of haar’ graf begraven moet worden. Dat moet eerst het grafrecht overgeschreven worden voordat er begraven mag worden in het graf. De (nieuwe) rechthebbende moet immers toestemming tot begraven in dat graf geven. Dat geeft ook al aan dat een verklaring van erfrecht helemaal niet relevant is. De termijn tussen overlijden en de afgifte van de verklaring van erfrecht zou dan een belemmerende factor zijn voor de uitvaart.

Bij een gemeentelijke begraafplaats wordt het grafrecht door of namens het college van B&W verleend. Voor de overschrijving van het grafrecht is dat ook van toepassing. Wanneer het grafrecht overgeschreven is, en een derde persoon is van mening dat het grafrecht hem of haar toekomt in plaats van aan de nieuwe rechthebbende, dan kan hij of zij op grond van de Algemene wet bestuursrecht bezwaar maken tegen het besluit waarmee de overschrijving geregeld is. Dat bezwaar moet dan wel binnen de wettelijke bezwaartermijn van zes weken ingediend worden.

Vervolgvraag

Ondanks uw heldere toelichting heb ik, als jurist werkzaam bij de gemeente toch nog een paar vragen. Het gaat over het overschrijven van grafrechten na het overlijden van de rechthebbende. U geeft aan dat eenieder dat verzoek in principe kan indienen en dat dat niet voorbehouden is aan een partner, kinderen of kleinkinderen. Ook is volgens u de verklaring van erfrecht niet van toepassing. Is het niet zo dat grafrechten vermogensrechten zijn? En die bij overlijden overgaan op de erfgenamen? In dat geval kan dus niet eenieder een verzoek doen om de grafrechten over te laten schrijven, maar één van de erfgenamen (met eventueel toestemming van de andere erfgenamen).

Zoals u al aangeeft stelt onze Beheersverordening geen eisen aan het verzoek tot overschrijving. Dus bovenstaande verhaal is civielrechtelijk en moet geregeld worden tussen de erfgenamen onderling. Wat wij als beheerder van de begraafplaats doen is de registratie van het grafrecht aanpassen naar de nieuwe rechthebbende. Dat zou inderdaad kunnen zijn doordat een bepaald persoon zich daarvoor meldt. Wat ik mij daarbij afvraag is of wij als gemeente een bepaalde zorgplicht hebben om na te gaan of er toestemming van eventueel andere erfgenamen nodig is en die ook is verleend. Ik neig er eerlijk gezegd naar dat dat niet de taak van de gemeente/beheerder van de begraafplaats is. Wij wijzigen enkel de rechthebbende doordat de grafrechten civielrechtelijk zijn overgegaan.

Dat brengt mij bij mijn volgende vraag. U geeft aan dat het grafrecht door of namens het college van B&W wordt verleend. En dat dit ook van toepassing is op het overschrijven van een grafrecht. Volgens u is dit dus een besluit in de zin van de Awb, waar bezwaar en beroep tegen open staat. Dat laatste vraag ik mij af. Voor het uitgeven van de grafrechten kan ik volgen dat dit een besluit is. Voor het overschrijven van datzelfde (reeds uitgegeven) grafrecht, vraag ik mij af of het een Awb-besluit is. De grafrechten gaan namelijk civielrechtelijk over (bij leven of na overlijden). Dat is iets wat personen onderling kunnen afspreken (bij leven dan). Vervolgens wordt de gemeente/beheerder van de begraafplaats daarover geïnformeerd en wijzigen wij de rechthebbende van het grafrecht in onze systemen. Dit laatste lijkt mij een feitelijke handeling en geen Awb-besluit. Het overdragen van de grafrechten op zichzelf is civielrechtelijk. Als een persoon zich bij ons heeft gemeld die dat niet had mogen doen of in ieder geval niet zonder toestemming van anderen. Dan lijkt mij dat een geschil tussen die betreffende personen onderling. Ik vraag mij of de gemeente daarbij wel een rol speelt?

Vervolgantwoord

De vervolgvraag ging juridisch verder dan alleen de Wlb en is daarom door de consulent van het LOB bedrijfsbureau voorgelegd aan de specialist inzake grafrechten, mr. W.G.H.M. van der Putten, voormalig senior wetgevingsjurist, rechterplaatsvervanger en auteur van diverse boeken over lijkbezorgingsrecht.

Reactie mr. W.G.H.M. van der Putten :

Grafrechten zijn geen vermogensrechten. Dat is al eeuwenlang een nadrukkelijke keuze van de wetgever geweest. Grafrechten zijn rechten van een geheel eigen aard, ‘ius sui generis’ (zie de bekende Asser-reeks). Zij vererven niet. Dat is om te voorkomen dat erfgenamen het openen van een graf bewust of onbewust kunnen blokkeren. De rechthebbende van een particulier graf moet toestemming geven voor het openen van het graf en voor een begraving. In zeer veel families zijn de verhoudingen zo verstoord, dat ouders niet in ‘hun’ graf begraven zouden kunnen worden, als ze van alle erfgenamen toestemming zouden moeten hebben. Ouders zouden kinderen die ze op dit vlak niet vertrouwen wel kunnen onterven, maar daar gaan kostbare dagen en soms weken over heen.

Het is ook niet voor niets dat alle begraafplaatsen, zowel gemeentelijke als kerkelijke of andere bijzondere begraafplaatsen in hun verordening of reglement voor het beheer van de begraafplaats hebben staan dat ze slechts 1 persoon als nieuwe rechthebbende accepteren. Met meer dan 1 rechthebbende ontstaat er naar ervaring vaak onderlinge onenigheid, wat het gebruik van het graf blokkeert.

U hebt gelijk dat grafrechten civielrechtelijk van aard zijn. Dat is zowel zo bij gemeentelijke als bij bijzondere begraafplaatsen. Maar de rechten worden bij gemeenten publiekrechtelijk en bij andere begraafplaatshouders civielrechtelijk gevestigd. Een van de kenmerken van het ius sui generis.

Een gemeente heeft geen zorgplicht om te zien of (andere) erfgenamen instemmen met het verkrijgen van het grafrecht door een nieuwe rechthebbende.

Van oudsher hebben gemeenten veelal regels voor wie grafrechten kunnen verwerven. Dat zijn vaak bloed- en aanverwanten tot de 2e en 3e graad voor de voorgaande rechthebbende. Dat is dus iets dat gemeenten kunnen controleren; beheerders kunnen dan niet zomaar elk verzoek tot overschrijving van een grafrecht voldoen. Deze eis wordt tegenwoordig steeds minder gesteld, omdat veel gezinnen samengevoegd zijn en mensen ook vaker niet gehuwd of zonder een andere relatie samenwonen en kinderen krijgen. Uw gemeente hanteert al zo’n 20 jaar geen eisen voor overschrijving. Maar u moet maar eens kijken in de Beheersverordening van 2004; daar staat een lijstje van personen tot de zoveelste graad die in een graf begraven mogen worden (op dat punt ging uw gemeente verder dan de meeste andere gemeenten). Dat heeft indirect ook betekenis of het wel zinvol is om rechthebbende te worden van een graf waarin men zelf of zijn partner niet in begraven mag. Grafrechten verkrijgen of vergeven is geen automatisme.

Het overschrijven van een grafrecht is een besluit in de zin van de Awb. Dat is het altijd geweest (vroeger natuurlijk de Wet Arob). Er is ook jurisprudentie over. Men kan bijvoorbeeld klagen als men als kind van een samengesteld gezin waarvan de ouders niet gehuwd zijn, de grafrechten niet krijgt. Men kan klagen als een ander de grafrechten krijgt terwijl de overleden rechthebbende heeft bepaald in zijn /haar testament wie die rechten krijgt (daar is vast jurisprudentie over).

Zie het Handboek Wet op de lijkbezorging (1993) en mijn boeken Begraving uit 2000 en 2006.

Met dank aan mr. Van der Putten

Igle Weidenaar en mr. Van der Putten
2 februari 2026