Controle op rechthebbende, grafrechten, eindtermijn, enz.

Onderwerp: Administratie

VRAAG

Binnen onze gemeente zijn we gestart met een controle van alle graven voor wat betreft status, eindtermijn, grafrechten, etc. Op veel van de oudere begraafplaatsen zijn de bordjes met grafnummers die bij het graf staan niet meer allemaal aanwezig. Is er een verplichting om ieder graf van een nummerbordje (markering) te voorzien of is de publicatie van een plattegrond waarop alle graven en nummers staan aangegeven voldoende?

ANTWOORD

Goed te lezen dat jullie een controle gestart zijn van alle graven wat betreft de status, eindtermijn, actuele rechthebbende enzovoort. Uit eigen ervaring weet ik dat dat een project kan zijn waar veel personele capaciteit in gaat zitten, maar ook een actie die z’n vruchten kan afwerpen, namelijk een actuele grafadministratie. Bij een dergelijke actie gaan de kosten voor de baten uit. De mogelijkheid is reëel dat bij een actuele grafadministratie, de inkomsten vanuit verlengingen stijgen, doordat van elk graf een rechthebbende bekend is die tijdig aangeschreven kan worden.

Wanneer de rechthebbende op het graf niet te vinden is, is het een goede methode om bij het graf een bordje te plaatsen met daarop het verzoek dat rechthebbenden of andere belangstellingen contact opnemen met de administratie van de begraafplaatsen. Diezelfde mededeling kan ook geplaatst worden bij de ingang van de begraafplaats. Er is echter geen verplichting om dat te doen. De Wet op de lijkbezorging (Wlb) geeft een aantal situaties aan wanneer er wel een mededeling bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats gedaan moet worden. Dat is in de artikel 28 Wlb vastgelegd:

Artikel 28
1. Een uitsluitend recht op een graf, welke vorm aan dit recht ook wordt gegeven, kan uitsluitend schriftelijk worden gevestigd. Het recht kan voor onbepaalde tijd of voor een bepaalde tijd van ten minste tien jaar worden verleend.
Het voor bepaalde tijd verleende recht wordt op verzoek, mits gedaan binnen twee jaar voor het verstrijken van de termijn, telkens verlengd, met dien verstande dat de houder van de begraafplaats kan bepalen dat een periode van verlenging niet korter is dan vijf jaar en niet langer is dan twintig jaar. Het uitsluitend recht op een graf is geen registergoed.
2. Binnen een jaar na de aanvang van de termijn waarin verlenging van het recht kan worden verzocht doet de houder van de begraafplaats aan de rechthebbende wiens adres hem bekend is, schriftelijk mededeling van het verstrijken van de termijn en van het bepaalde in het eerste lid.
3. Indien niet binnen drie maanden na verzending van de mededeling, bedoeld in het tweede lid, om verlenging van het recht is verzocht, maakt de houder van de begraafplaats de mededeling bekend bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats, tot het einde van de periode waarvoor het recht was gevestigd.
4. In geval van kennelijke verwaarlozing van het onderhoud van een particulier graf, kan de houder van de begraafplaats, voor zover de plicht tot onderhoud niet bij hem ligt, deze verwaarlozing vastleggen in een schriftelijke verklaring, die hij toezendt aan de rechthebbende, die binnen één jaar na ontvangst in het onderhoud voorziet.
5. Indien de ontvangst van de verklaring, bedoeld in het vierde lid, niet bevestigd wordt, maakt de houder van de begraafplaats de verklaring bekend bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats, gedurende een periode van vijf jaar dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien.
6. Indien toepassing is gegeven aan het vierde of vijfde lid en niet alsnog in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf op het moment dat de periode van één dan wel vijf jaar, bedoeld in het vierde respectievelijk vijfde lid, is verstreken.
7. Indien het recht op het graf nog geen tien jaar is gevestigd op het moment dat de periode, bedoeld in het vijfde lid is verstreken, blijft de bekendmaking in stand totdat de periode van tien jaar is verstreken dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien. Indien niet voordien in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf zodra de termijn van tien jaar is verstreken.

Zoals u ziet is de verplichting tot publiceren bij het graf alleen verplicht wanneer u binnen drie maanden na het aanbieden van een verlenging nog geen reactie ontvangen heeft, en wanneer de procedure bij de kennelijke verwaarlozing van het graf gevolgd wordt.

Wanneer u echter de grafadministratie wilt actualiseren, is het plaatsen van een mededeling bij het graf, bij de ingang van de begraafplaats, op de gemeentelijke website, enzovoort een goede mogelijkheid om aandacht te genereren. Hoe meer aandacht, hoe groter de kans dat u een reactie krijgt. Een goed voorbeeld van een gemeente die deze actie groots aanpakt is gemeente Noardeast-Fryslân. Ik verwijs graag even naar de mededeling hierover op hun website Onderzoek grafrecht onbekende rechthebbenden | Gemeente Noardeast-Fryslân

Wanneer u een oproep bij een graf plaatst, adviseer ik om daar per graf een foto van te maken waarop het grafmonument en de oproep duidelijk leesbaar zijn en die foto te koppelen met het digitale grafdossier. Mocht er geen reactie komen op de oproep bij het graf en het grafrecht zou daarom vervallen verklaard zijn en het graf geruimd, dan kunt u middels de foto aantonen dat er een oproep bij het graf gestaan heeft. Uit ervaring weet ik dat nabestaanden zich soms enkele jaren later melden terwijl het graf dan geruimd is. Zij zijn ervan overtuigd dat er nooit een oproep bij het graf gestaan heeft, want ‘wij komen er tweemaal per jaar en dan hadden we het moeten zien’. Met de foto kunt u dan aantonen dat er wel degelijk een oproep bij het graf gestaan heeft, ondank dat daar geen verplichting voor bestond.

Igle Weidenaar
16 september 2025