Graf op ongewenste locatie

Rubriek: Begraven en regelgevingOnderwerp: i. Opgraven / herbegraven

VRAAG

We hebben, helaas te laat, ontdekt dat er iemand begraven is op een plek op het kerkhof waar geen graf was voorzien. Dit vanwege het gegeven dat er tussen het naastgelegen graf en een flinke boom onvoldoende plek is/was voor een fatsoenlijk graf. In de huidige situatie is het niet mogelijk een eventueel grafmonument recht, d.w.z. evenwijdig aan de bestaande grafmonumenten, aan te brengen. Dat vanwege te dicht op het andere graf èn aan de andere zijde de boom. Een, hiertoe niet bevoegde, vrijwilliger heeft e.e.a. samen met de begrafenisondernemer en grafdelver geregeld. De bedoelde teraardebestelling heeft op 14-02-’26 plaatsgevonden. Onze vraag is, is dit nog (in overleg met de familie!) op te lossen. (Herbegraven?) Indien mogelijk: wat moet er geregeld c.q. aangevraagd worden? Welke termijnen moeten in acht worden genomen? En waar moet ik nog meer aandacht aan besteden?

ANTWOORD

Wat zijn jullie met een lastige situatie geconfronteerd. Laat ik u direct de hoop ontnemen dat de situatie redelijk makkelijk gewijzigd kan worden. Een overleg hierover met de nabestaanden zal al lastig worden, maar stel dat de rechthebbende op het graf er mee instemt dat de overledene opgegraven wordt en herbegraven in een ander graf, dan is er nog een andere hobbel te nemen. Er zou sprake zijn van een opgraving en herbegraving. Op grond van artikel 29, Wet op de lijkbezorging (Wlb) is hiervoor een vergunning tot opgraven vereist. De burgemeester is de enige persoon die gerechtigd is om de vergunning tot opgraven te verlenen. Het algemene beleid in Nederland is dat een vergunning tot opgraven verleend kan worden binnen twee maanden na de begraving, of pas na tien jaar. Elke burgemeester is echter autonoom in zijn of haar besluit omtrent het schriftelijk ingediende verzoek tot opgraven.

De genoemde twee maanden zijn van belang als datum voor het indienen van het verzoek tot opgraven. Stel dat de burgemeester besluit de vergunning te verlenen, kan de opgraving wel na die twee maanden plaatsvinden, in de praktijk echter zo snel mogelijk. Maar daar is ook weer een aandachtpunt bij te noemen. Stel dat de rechthebbende van het graf de aanvraag voor de vergunning doet en stel dat de burgemeester besluit de vergunning te verlenen, dan hebben overige belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen de vergunning tot opgraven. Tijdens een hoorzitting kunnen zij hun bezwaar toelichten en het kan dan zomaar zijn dat de grafrust zwaarder weegt dan de ongewenste positie van het graf.

Als het bestuur van de begraafplaatsen van mening is dat het graf echt op een ongewenste plek gegraven is, adviseer ik u vandaag nog contact te zoeken met de nabestaanden en de situatie met hen te bespreken. Het moment van de eventuele aanvraag tot opgraven is namelijk van belang en de termijn van twee maanden na de begraving is bijna verstreken.

Ik hoop dat de situatie op de een of andere wijze naar ieders tevredenheid opgelost kan worden. Als u naar aanleiding van bovenstaande informatie aanvullende vragen heeft, kunt u vanzelfsprekend contact met ons opnemen.

Igle Weidenaar
13 mei 2026