Harmoniseren beheersverordening na fuseren gemeenten

Onderwerp: Bestuur en beleid

VRAAG

Ik ben benieuwd naar jullie visie/mening over onderstaande situatie.

In voormalig gemeente X waren er geen kindgraven (foetus/baby/peuter/kleuter) . En was er dus ook geen tarief hiervoor. Per 1 jan. 2018 zijn de gemeenten X, Y en Z ambtelijk gaan samenwerken. Per 1 jan 1019 zijn deze gemeenten gefuseerd. Per 1 jan 2020 zijn de verordeningen van deze gemeenten geharmoniseerd en door de raad vastgesteld. In gemeenten Y en Z waren er wel kindgraven. Deze tarieven zijn toen ook in het geharmoniseerde tarieventabel van 2020 opgenomen. Vanaf 2020 zijn er een paar kindjes in gemeente X in een particulier graf begraven voor het tarief van een kindgraf. Ongeacht het feit dat er nog steeds geen kindgraven waren en de kindjes in (volwassen) particulier graven zijn begraven. Dit is een beleidskeuze geweest. Anders had in de verordening benoemd moeten worden dat dit tarief niet van toepassing is op die begraafplaatsen waar geen kindgraven aanwezig zijn.

De vraag hierbij is: Mag de beleidsmedewerker begraafplaatsen besluiten om de status van de overige particuliere graven waar kindjes, die voor het jaar 2020, in begraven zijn te wijzigen naar de status van kindgraf? Dit in het kader van de gelijkheidsbeginsel. De tarieven van de uitgifte van een kindgraf en het verlengen ervan zijn doorgaans goedkoper dan het tarief van een particulier graf waar een volwassene in begraven wordt. Met deze aanpassing kom je de nabestaanden (in principe) tegemoet in hetgeen waar de gemeente nooit eerder in heeft voorzien, maar wel moeite voor had kunnen doen. Overigens was er ruimte om een kinderhofje te kunnen creëren.

ANTWOORD

De harmonisatie van Beheersverordeningen na een gemeentelijke herindeling kan wens eens individuele vraagstukken opleveren. Ik begrijp dat dat bij gemeente XYZ ook het geval is.

Als ik uw mail goed begrijp zijn er in gemeente X onder de nieuwe verordening die vanaf 2020 voor de hele gemeente XYZ van kracht was, een aantal kinderen begraven in reguliere particuliere graven waarbij het tarief van een kindergraf in rekening gebracht werd. Dit omdat er in gemeente X geen kindergraven waren. Op de begraafplaats waren fysiek gezien geen separate kindergraven begrijp ik, terwijl de verordening de mogelijkheid voor een kindergraf wel genoemd werd. Ik heb niet de beschikking over de verordening die zoals u aangeeft vanaf 1 januari 2020 van kracht was, maar als daarin geen disclaimer was opgenomen dat niet alle grafsoorten op alle begraafplaatsen beschikbaar waren, dan was het legitiem om een regulier graf uit te geven als zijnde een kindergraf. Vanzelfsprekend voor het tarief van een kindergraf en de daarbij behorende restricties ten aanzien van het aantal begraaflagen en maximale leeftijd van degene die in het graf begraven werd en eventueel afwijkende maatvoering van grafbedekking. Ook dient er een grafakte voor een kindergraf uitgeven te zijn en niet voor een regulier graf. Ik ga ervan uit dat dat ook het geval geweest is.

U vraagt nu of een beleidsmedewerker mag besluiten om de status van de overige particuliere graven waarin kinderen begraven zijn voor het jaar 2020, dus onder een eerdere Beheersverordening van gemeente Vianen, mag wijzigen naar kindergraf. Tenminste, als ik uw vraagstelling goed begrijp. Dat een kindergraf een ander, lager, tarief kent dan een regulier graf is opportuun. Dat is geen reden om de status van een graf te wijzigen lijkt mij. In het reguliere graf dat voor 2020 uitgeven is en waar nu alleen een kind in begraven is, is waarschijnlijk ook nog ruimte voor reguliere begravingen als ik uitga van een graf met twee begraaflagen. Anders is het ongetwijfeld ook zo dat tien jaar na de begraving van het kind, het graf geschud zou kunnen worden en dan kan er een volwassene in begraven worden. Maar dat zijn allemaal aspecten die wegwegen of de status van een regulier graf gewijzigd kan of mag worden. De kwestie is wie die beslissing kan nemen.

Grafrechten worden door of namens het college van B&W verleend, overschrijvingen van grafrechten worden ook door of namens het college bevestigd. In de thans geldende verordening is in artikel 17, lid 4 opgenomen dat het college grafrechten vervallen kan verklaren. Ik weet niet of die bevoegdheid ook gemandateerd is. Datzelfde is het antwoord op uw vraag. Welke functie, welk functieniveau in de organisatie mag volgens de mandaatregeling namens het college besluiten nemen over grafrechten. Dat is intern na te gaan en daar kan ik geen antwoord opgeven.

Los daarvan is het de vraag of je in het kader van gelijkheidsbeginsel een dergelijk besluit moet nemen. In mijn optiek is dat helemaal afhankelijk hoe de betreffende graven destijds uitgegeven zijn. Ja, als kindergraf zoals u schijft maar denk dan vooral aan hetgeen ik schreef over aantal beschikbare begraaflagen, schudden en afmetingen grafbedekking. Als op een regulier graf een grafbedekking van bijvoorbeeld 80×180 centimeter geplaatst mocht worden en op een kindergraf 60×60 centimeter, wat is er dan op het als kindergraf uitgegeven reguliere graf geplaatst? Een groot monument? Dan lijkt het op een regulier graf en geen kindergraf. Al die aspecten wegen mee in de besluitvorming.

Wellicht was het verstandig geweest dat in 2019 bij de harmonisatie van de verordeningen hierover door de gemeenteraad een (separaat) besluit genomen was of dat het wijzigen dan de status van die specifieke graven opgenomen was in de verordening van 2020. Reparaties achteraf leiden vaak tot discussies waarbij het argument gelijkheidsbeginsel te pas, maar ook te onpas gebruikt kan worden. Ik heb tientallen jaren als ambtenaar gewerkt. Ondanks de mandaatregeling liet ik sommige besluiten, in overleg, aan de burgemeester, college of raad zelf over. Juist om mijn onafhankelijke positie als ambtenaar niet in het geding te brengen. Dat zou mijn afweging in deze casus ook bepaald hebben. Wat mág ik als beleidsmedewerker namens het college zelf beslissen, tegenover wat wíl ik zelf namens het college beslissen en vooral, wat wil ik niét onder de mandaatregeling zelf beslissen.

Ik realiseer me dat ik u vooral aangezet heb tot nader onderzoek binnen uw eigen organisatie, met name wat de mandaatregeling betreft. Neem daarnaast mijn advies van wat wel en wat niet zelf beslissen ter harte.

Igle Weidenaar
18 mei 2026