Slechte bouwkundige staat van grafkelders

Rubriek: Beheer en exploitatieOnderwerp: e. Onderhoud / beheer

VRAAG

Op onze bijzondere begraafplaats liggen een aantal oude, gemetselde grafkelders die in een slechte bouwkundige staat verkeren. De juridische status is van niet alle kelders actueel. Ik begreep dat bij een aantal kelders er nog sprake is van een rechthebbende, waarvan de NAW-gegevens actueel zijn. Maar er zijn ook kelders, waarbij de status onduidelijk is of waar de begraafplaats zelf verantwoordelijk voor is.

De bouwkundige staat van het complex als geheel vraag er echter om dat er actie ondernomen wordt om allereerst en veilige situatie te creëren, maar daarnaast om op een ethisch verantwoorde wijze en conform de eisen vanuit de Wlb te kunnen blijven begraven.

We gaan mogelijk een traject in om de hoge kelders te sluiten.

Kunnen jullie ons hierover adviseren ajb?

ANTWOORD

Als er sprake is van achterstallig onderhoud van de (kelder-)graven, is er een situatie waarbij artikel 28 Wlb spreek over ‘kennelijke verwaarlozing’. De Wlb heeft in artikel 28, lid 4 t/m 7 vastgelegd welke procedure de houder van de begraafplaats in een dergelijke situatie kan volgen.

Artikel 28 Wlb

  1. In geval van kennelijke verwaarlozing van het onderhoud van een particulier graf, kan de houder van de begraafplaats, voor zover de plicht tot onderhoud niet bij hem ligt, deze verwaarlozing vastleggen in een schriftelijke verklaring, die hij toezendt aan de rechthebbende, die binnen één jaar na ontvangst in het onderhoud voorziet.
    5. Indien de ontvangst van de verklaring, bedoeld in het vierde lid, niet bevestigd wordt, maakt de houder van de begraafplaats de verklaring bekend bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats, gedurende een periode van vijf jaar dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien.
    6. Indien toepassing is gegeven aan het vierde of vijfde lid en niet alsnog in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf op het moment dat de periode van één dan wel vijf jaar, bedoeld in het vierde respectievelijk vijfde lid, is verstreken.
    7. Indien het recht op het graf nog geen tien jaar is gevestigd op het moment dat de periode, bedoeld in het vijfde lid is verstreken, blijft de bekendmaking in stand totdat de periode van tien jaar is verstreken dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien. Indien niet voordien in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf zodra de termijn van tien jaar is verstreken.

    Het is van belang om te zeker te weten dat de verplichting tot onderhoud van het graf bij de rechthebbende berust en niet bij de begraafplaats. Dat vraagt wellicht archiefonderzoek. Blijkt dat de begraafplaats verantwoordelijk is voor de onderhoud van het graf, dan heeft de begraafplaats een (financiële) uitdaging om zelf te voorzien in het onderhoud. Blijkt dat de rechthebbende in het onderhoud dient te voorzien, dan kan de aanschrijvingsprocedure gevolgd worden. Bedenk vooraf wel dat het een complex van meerdere kelders betreft waarbij de begraafplaats zelf waarschijnlijk verantwoordelijk is voor het bouwkundig herstel van de kelders waarop geen grafrecht meer rust. Ik kan zo niet beoordelen om het technisch mogelijk is om aan de ene kelder wel bouwkundig onderhoud uit te voeren, en aan de naastgelegen kelder niet.

Een ander traject dat gevolgd zou kunnen worden is het officieel sluiten van een deel van de begraafplaats waar de grafkelders gelegen zijn. Zie hiervoor artikel 43 t/m 48 van de Wlb. Er mag dan geen gebruik meer gemaakt worden van de graven die gelegen zijn op het deel dat gesloten verklaard is. Als de voorkeur uitgaat naar dit traject, adviseer ik jullie contact te zoeken met mr. W.G.H.M. van der Putten voor een gedegen advies over dit traject.

Igle Weidenaar
18 mei 2026