Tenaamstelling na verlopen van het grafrecht
Rubriek: Begraven en regelgevingOnderwerp: a. Particuliere / eigen / familiegravenVRAAG
Als beheer van onze begraafplaats te X kreeg een vraag waarop ik het antwoord weet, maar waar de vraagstelster geen genoegen mee neemt.
Het gaat om het volgende. Op de oude begraafplaats in X hebben wij een aantal jaren terug bordjes geplaatst bij graven waarvan de rechthebbende onbekend of overleden was. Nu melde zich van een bepaald graf een achterkleinzoon die graag rechthebbende wilde worden. In dit graf is ook nog één begraaflaag beschikbaar.
Wij hebben deze achterkleinzoon als rechthebbende ingeschreven. Hij heeft vervolgens het grafmonument laten vervangen en ook de tekst aangepast. Dit alles is gepasseerd in 2020.
Nu melde zich vorig jaar (2025) een kleindochter, die melde dat er nog 3 kleinkinderen in leven waren van degene die in het graf begraven lagen. Zij waren geschrokken dat het monument was vervangen en de teksten aangepast. Ook waren zij het er niet mee eens dat de achterkleinzoon in de toekomst begraven zou kunnen worden in dit graf. De kleinkinderen vragen zich nu af of zij dit kunnen voorkomen?
Mijn vraag is of wij als gemeente in 2020 goed hebben gehandeld? Voor de duidelijkheid alle betrokkenen wonen niet in gemeente X.
ANTWOORD
Het plaatsen bordjes bij graven waarvan de rechthebbende niet te traceren is of overleden is, is een wijze om in contact te komen met andere nabestaanden. Ik ga er in de situatie die je beschreven hebt vanuit dat de voormalige rechthebbende al langer geleden overleden was. In 2020 heeft een achterkleinzoon zich gemeld en hij is ingeschreven als rechthebbende. Op dat moment was de Beheersverordening 2017 van toepassing. Artikel 18 gaat over het overschrijven van verleende rechten. Wat hierin staat is afwijkend van hetgeen op jullie website wordt vermeld:
Als er geen rechthebbende bekend is omdat de geregistreerde rechthebbende is overleden dan wel dat er verzuimd is de gewijzigde NAW-gegevens op tijd door te geven, wordt gedurende een jaar een bordje geplaatst bij het graf en een aankondiging gedaan op het mededelingenbord bij het kantoor van de beheerder van de begraafplaats. Familieleden van de overledene van de 1e graad kunnen zich melden als nieuwe rechthebbende. Hiervoor kan een zgn. formulier overschrijving grafrechten op een andere naamworden ingevuld. Na ontvangst van dit formulier zal er dan een grafakte worden uitgereikt.
De informatie van de website zullen nabestaanden wel lezen, maar een Beheersverordening wordt veel minder gelezen terwijl je als beheerder volgens de Beheersverordening moet handelen.
Dat heb je ook gedaan als ik naar artikel 18 kijk. Artikel 18, geeft onder andere aan:
- Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het particuliere graf worden overgeschreven op naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan binnen 1 maand na het overlijden van de rechthebbende. Indien de overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of indien de asbus met zijn resten in het graf dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan.
- Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn van 1 maand, vervalt het grafrecht.
- Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van 1 maand kan het college het particuliere graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd.
Artikel 18 stelt niet de eis dat grafrecht alléén overgeschreven kan worden naar een familielid in de eerste graad. Overschrijving kan volgens dit artikel van de verordening naar een natuurlijk of rechtspersoon. De achterkleinzoon valt daar onder. Op basis van lid 4 kon hij dus ingeschreven worden als rechthebbende. De termijn van slechts één maand, zoals die onder andere in artikel 18 en 19 gesteld zijn, is overigens ongebruikelijk kort. Een half jaar of een jaar is hierin gebruikelijk, maar bij jullie is gekozen voor één maand.
Op het moment dat de achterkleinzoon rechthebbende werd, was hij ook degene die beslissingsbevoegd werd over het graf.
Nu alleen een aandachtpunt bij het opnieuw te naam stellen van het grafrecht als de rechthebbende langer dan een maand geleden overleden was en er had geen overschrijving van het recht gedurende die maand plaats gevonden. Op grond van artikel 19 lid 1a is dan het grafrecht vervallen. Als het grafrecht vervallen is, gaat als gevolg van natrekking het eigendomsrecht van het monument over naar de houder van de begraafplaats… Bij het opnieuw te naam stellen op grond van artikel 18, lid 4 is het dan een aandachtpunt dat, in de bevestiging van de tenaamstelling van het grafrecht, het eigendomsrecht op het grafmonument ook overgaat op de nieuwe rechthebbende. Doe je dat niet, dat heb je de vreemde situatie dat de gemeente juridisch eigenaar blijft van het grafmonument, terwijl de rechthebbende de zeggenschap over het graf heeft. In de praktijk wordt de overdracht van het monument (te) vaak vergeten terwijl het met slechts één zinnetje op de bevestiging te regelen is.
Ik ga ervan uit dat de discussie of de gemeente of de rechthebbende de juridische eigenaar van het monument niet gevoerd is en dat iedereen ervan uitgaat dat de rechthebbende de eigenaar was. In dat geval kan de achterkleinzoon als rechthebbende besluiten het grafmonument te laten vervangen en dat heeft hij dan ook gedaan.
In 2025 heeft zich nu een kleindochter gemeld met de mededeling dat er nog drie kleinkinderen in leven waren van de personen die in het graf begraven zijn. Zij waren geschrokken dat het monument aangepast was. Daarnaast willen die kleinkinderen niet dat de rechthebbende (een achterkleinkind) zelf ooit in dat graf begraven wordt. De vraag is waarom zij zich in 2020 niet als nieuwe rechthebbende gemeld hebben, dan hadden zij deze discussie kunnen voorkomen. Eigenlijk hadden zij zich nog eerder moeten melden, namelijk direct toen de rechthebbende overleden was.
De tenaamstelling van het grafrecht op naam van de achterkleinzoon is, voor zover ik alle informatie die ik heb kon beoordelen, juist geweest. Een rechthebbende mag een grafmonument aanpassen of vervangen.
In principe kan de rechthebbende ooit ook in dat graf begraven worden. Tenminste, als het grafrecht direct na diens overlijden op grond van artikel 18, lid 2 overgeschreven wordt. De nieuwe rechthebbende dient dan toestemming te verlenen dat deze achterkleinzoon in het graf begraven wordt. Waarschijnlijk wordt de nieuwe rechthebbende degene die ooit de uitvaart van de achterkleinzoon zal regelen. Ik verwacht niet dat dat één van de kleinkinderen, die zich nu roeren, zal zijn.
Los van de paar algemene aandachtpunten die ik genoemd heb, is de tenaamstelling van het grafrecht op naam van de achterkleinzoon juist geweest. Als rechthebbende was en is hij gerechtigd om een grafmonument aan te passen of te vervangen.
Igle Weidenaar
12 mei 2026