Wie bepaald een evt. opgraving (en crematie van stoffelijke resten)?
Rubriek: Begraven en regelgevingOnderwerp: k. OverigeVRAAG
Vader is ooit begraven in een particulier graf, waarvan moeder rechthebbende was. Moeder is recent overleden en gecremeerd, en nu ontstaat er onenigheid over de asbestemming én over de vraag of de stoffelijke resten van vader opgegraven moeten worden en gecremeerd of dat juist de as van moeder bijgezet moet worden in het graf bij vader. Ieder heeft daarvoor een eigen moverende reden.
Wie bepaald nu wat er moet (gaan) gebeuren? En wie kan en mag ons deze opdracht verstrekken?
ANTWOORD
Het overschrijven van grafrechten na het overlijden van de rechthebbende is vaker een bron van problemen. Het is zo dat er voor het graf van vader eerst een nieuwe rechthebbende moet zijn. Die bepaald wat er met het graf moet gebeuren. En wanneer er (door bijvoorbeeld anderen) een aanvraag voor een vergunning tot opgraven en cremeren ingediend wordt, moet die persoon daar ook toestemming voor verlenen. Zonder toestemming van de rechthebbende mag een burgemeester namelijk geen vergunning tot opgraven verlenen. Maar hoe nu te handelen als gemeente?
Het is van belang dat duidelijk is wie als eerste een verzoek gedaan heeft om het grafrecht op zijn of haar naam te krijgen. Die persoon kan rechthebbende worden. Het recht wordt namens het college van B&W verleend, dus op grond van de Awb kunnen belanghebbenden binnen zes weken bezwaar maken tegen dit besluit. Na zes weken kan dat niet meer. Als de nieuwe rechthebbende wil dat de stoffelijke resten van vader opgegraven worden voor een crematie, kan hij of zij daar een vergunning voor aanvragen. Als die vergunning verleend wordt, kunnen belanghebbenden daar op grond van de Awb bezwaar tegen maken (ook weer binnen zes weken). Ik zie, op basis van de verstrekte informatie bij de vraagstelling, geen reden om de vergunning te weigeren. Als burgemeester heb je immers geen zicht op bijvoorbeeld de wens van de overledene. Die komt mogelijk aan de orde tijdens een bezwaarprocedure.
Is de nieuwe rechthebbende degene die de asbus van moeder wil bijzetten in het graf, dan kan hij of zij daar opdracht voor geven. Tenminste, wanneer hij of zij de beschikking heeft over de asbus. Als een ander familielid de asbus onder zijn of haar hoede heeft, wordt dat alweer lastig, maar dat kan en moet niet de zorg van de gemeente zijn. Blijf vooruit buiten een familieruzie.
Voor de gemeente is van belang dat op de juiste manier het grafrecht te naam gesteld wordt. Dus aan de eerste persoon die zich hiervoor gemeld heeft. Gezien de bezwaarmogelijkheid op grond van de Awb kan het een overweging zijn om de overige nabestaanden te informeren dat het grafrecht te naam gesteld is persoon X en dat hier bezwaar tegen open staat. Je weet niet of er een bezwaarprocedure gestart wordt, maar zorg dan dat je als gemeente het juiste pad bewandeld hebt. Dat geldt ook bij een eventuele aanvraag voor een vergunning tot opgraven en cremeren. Als gemeente weet je dat er binnen de kring van directe nabestaanden daar verschillend over gedacht wordt. Wordt een vergunning verleend, dan is mijn advies om de overige belanghebbenden daarover te informeren.
Igle Weidenaar
3 februari 2026