Bidden met de benen

Een dansvoorstelling over rouw, geïnspireerd op de dood van de broer van de choreografe, zou eind mei de Nederlandse première beleven op de Algemene Begraafplaats Alkmaar. De première ging niet door. De voorstelling werd middelpunt van heftige discussies op internet, een kort geding, geweld en doodsbedreigingen aan dansers en begraafplaatspersoneel. Is dansen tussen de graven één stap te ver?

Bidden met de benen

© Anja Krabben

Een dansvoorstelling over rouw, geïnspireerd op de dood van de broer van de choreografe, zou eind mei de Nederlandse première beleven op de Algemene Begraafplaats Alkmaar. De première ging niet door. De voorstelling werd middelpunt van heftige discussies op internet, een kort geding, geweld en doodsbedreigingen aan dansers en begraafplaatspersoneel. Is dansen tussen de graven één stap te ver?

De dansvoorstelling Q61 Cemetery is een choreografie van de Belgische Ann Van den Broek en wordt opgevoerd door haar Belgisch-Nederlandse dansgroep WArd/waRD. Van den Broek maakte in 2011 Q61, waarin ze reflecteerde op het overlijden van haar broer: Q61 is het nummer van de nis waarin hij werd bijgezet. Tijdens het maken van de choreografie voelde ze het verlangen om de voorstelling aan te passen voor vertoning op begraafplaatsen, dat werd Q61 Cemetery. De voorstelling ging in 2014 ging in première op begraafplaats Steytelinck in Antwerpen.

In Alkmaar maakte de voorstelling deel uit van het Noord-Hollandse theaterfestival Karavaan. Karavaan biedt ‘buitengewoon theater op locatie’. In het geval van Q61 Cemetery ook op een buitengewone locatie: de Algemene begraafplaats in Alkmaar. Na twee try-outs was de ophef over de voorstelling zo groot geworden dat de Nederlandse première die gepland stond op 22 mei niet is door gegaan.

Het begon allemaal bij één nabestaande, een man wiens vrouw begraven ligt op de Alkmaarse begraafplaats. Hij zocht de media op, liet weten een voorstelling op de begraafplaats respectloos te vinden tegenover de rouwenden en spande een kort geding aan. De rechter deed snel uitspraak en oordeelde dat de voorstelling géén geweld deed aan de sfeer en het karakter van een begraafplaats en gewoon door mocht gaan. De man accepteerde de uitspraak en legde zich er bij neer. Anderen niet. Ron van Looij, beheerder van de Alkmaarse begraafplaats, vertelt wat er vervolgens gebeurde: “De dag van de première waren er ’s ochtends al enkele mensen op de begraafplaats die demonstreerden tegen de voorstelling.” Maar het werd al snel grimmiger. “Er werden bedreigingen geuit naar twee medewerkers van de begraafplaats en een van ons is ook werkelijk mishandeld, met de vuist in zijn gezicht. ’s Avonds waren er circa 40 man. De voorstelling zou om negen uur beginnen, maar in overleg met de politie en de dansers is besloten het niet door te laten gaan. De veiligheid van de dansers en van ons kon niet worden gegarandeerd. Er is nog naar een alternatief gezocht, een plek naast de begraafplaats, maar het was te kort dag.”

Krom

Na wat er eerder die dag was gebeurd, leken de harde woorden die op de diverse social media werden geuit geen loze bedreigingen: ‘De eerste de beste artistieke klootviool die in de buurt komt van het graf van mijn stiefvader, trap ik het eerste de beste lege graf er naast in.’

“Het is totaal geëscaleerd op Facebook,” zegt Van Looij. “Mensen roepen maar wat en vaak de vreselijkste dingen, zonder precies te weten waar het eigenlijk om gaat. Er werden verkeerde aannames gemaakt over dansen óp de graven, wat helemaal niet aan de orde was.” Hij vindt het nog steeds ongelofelijk wat er is gebeurd. “Ik heb dit totaal niet zien aankomen. Het is ook zo krom, als je ziet waarvoor kerken allemaal worden geëxploiteerd, feesten en partijen, dat is toch hetzelfde principe? Of wat je soms hoort tijdens uitvaarten, Gerard Joling, André Hazes. We hebben hier een open dag gehad met een dansvoorstelling.”

Van Looij vindt nog steeds dat de begraafplaats een gepaste plek was en is voor deze dansvoorstelling. “De voorstelling werd met zoveel respect uitgevoerd. De omwonenden waren op de try-outs uitgenodigd en die vonden het prachtig. Ik vind het oprecht jammer dat dit zo is gegaan. Ik denk dat als veel van die boze mensen wisten wat het werkelijk was, eerder in de rij zouden staan voor kaartjes dan boos worden. Er werd een verkeerd beeld gegeven van de voorstelling, ook in de krant.” (De Telegraaf kopte ‘Doodsbedreigingen om dansen op graven’.)

Hebben nabestaanden een stem in wat er gebeurt op de begraafplaats? Op internet schreef iemand: ‘Als 1 iemand bezwaar maakt dan heb je dat te respecteren.’ Van Looij vindt dat onzin. “Dan kun je helemaal niets meer doen. Er is altijd wel één iemand die vindt dat het niet kan.” De rechter oordeelde dat de voorstelling mocht doorgaan, maar sprak ook over een schoonheidsfoutje bij de bekendmaking van de voorstelling. Die was te kort van tevoren gedaan. Van Looij: “Maar ook al kondig je het ver van tevoren aan, er zijn altijd mensen die je niet bereikt. We kunnen onmogelijk alle 7.000 rechthebbenden aanschrijven en persoonlijk inlichten.” 

Beheerder Ton Schalken van begraafplaats Orthen in Den Bosch denkt er net zo over. Q61 Cemetery stond ook gepland voor enkele voorstellingen deze maand (augustus) in Den Bosch, als onderdeel van het theaterfestival Boulevard, op begraafplaats Orthen, voorheen gemeentelijk, nu beheerd door een stichting. Dat gaat niet door, zo is in goed overleg tussen gemeente, begraafplaats, de Parade en de dansgroep besloten. “Inderdaad naar aanleiding van de gebeurtenissen in Alkmaar,” zegt Schalken. “Het minste wat we konden verwachten was een discussie.” Het was vooral de gemeente, aldus Schalken, die bezwaren maakte. “Zij geven de vergunning af voor het festival, en hebben er dus iets over te zeggen. De gemeente vroeg: kunnen jullie aangeven waarom de voorstelling per se op de begraafplaats moet plaatsvinden?”

Volgens Schalken is nog gekeken of de voorstelling op een andere plek in Den Bosch kon worden opgevoerd, maar dat is niet gelukt. Ton Driessen, zakelijk manager van de dansgroep Ward/waRD, laat weten dat een andere plek ook afbreuk doet aan de voorstelling, die toch echt voor begraafplaatsen gemaakt is. “Een volgende keer gaan we op zoek naar een begraafplaats waar plekken te vinden zijn waar geen of nauwelijks graven liggen.”

Beheerder Schalken was evenals zijn Alkmaarse collega overtuigd van de integriteit van de makers en de voorstelling. “We hebben de voorstelling vooraf op film gezien. Een volgende keer zeggen we dan ook zeker niet meteen ‘nee’.”

Emoties

Anja Vink, directeur van r-k. Begraafplaats Buitenveldert in Amsterdam en secretaris van de LOB, denkt daar anders over. Zij zou altijd ‘nee’ zeggen, hoe integer de bedoelingen van de maker ook zijn. Vink: “Een begraafplaats is geen theater. Ik zie het niet als taak van een begraafplaats om de culturele ontwikkeling van mensen te stimuleren. Muziek, een toneelstuk met een bepaald onderwerp en dans kunnen een waardevolle betekenis hebben voor mensen, maar zijn wij dan de aangewezen plek om daar een rol in te spelen?”

“Vooral het optreden tússen de graven vind ik niet respectvol. Ook al is het na sluitingstijd. Concentreer je een optreden op één plek, bijvoorbeeld in een ruimte of op één plek op de begraafplaats, dan wordt het al een ander verhaal. Voor mij heeft het vooral te maken met respect voor ieders mening. Ik weet bij voorbaat al dat er zowel rechthebbenden zullen zijn die er voor zijn, maar ook die er tegen zijn. Het is een gevoelskwestie. Het moment van wanneer je iemand hebt begraven kan een rol spelen. Als het lang geleden is, is het gevoel anders dan wanneer het kort geleden is. Als een dierbare van dans hield geeft dat ook al een ander gevoel. Zoveel mensen zoveel wensen. Als directeur van mijn begraafplaats zeg ik daarom: nee, we doen het niet, het ligt te gevoelig.”

Ook Wim van Midwoud, consulent van de LOB, pleit ervoor dat begraafplaatsen hier toch iets 

voorzichtiger mee omgaan. “Het belangrijkste argument bij de bezwaren is het argument ‘emotie’. Emotie speelt een belangrijke rol. Mensen die een geliefde hebben begraven zijn, vooral in de begintijd, vol van emoties. Voor hen is opperste rust op de begraafplaats en geen prikkels van buitenaf erg belangrijk. Zij hebben al genoeg te verwerken en vinden op de begraafplaats bij het graf de broodnodige rust. Alles wat dit verstoort is een stoorzender. In een emotionele toestand ben je niet voor rede vatbaar. Je bent bezig met jezelf en de overledene. Dáár is een begraafplaats ook voor een belangrijk deel voor.  Als een beheerder dan toch iets ‘confronterends’ wil organiseren, dan moet hij allereerst de rechthebbenden hierover inlichten en hen in de gelegenheid stellen om vooraf te reageren.”

En als het verzet te heftig is, het dan niet doen? “Inderdaad.”

In Alkmaar heeft gemeenteraadslid Falgun Binnendijk, fractievoorzitter van het CDA, geprobeerd het officieel te regelen om voortaan ‘nee’ te kunnen zeggen. Hij diende begin juni een motie in waarmee hij voorstellingen op begraafplaatsen wilde verbieden. Binnendijk vindt dat er op begraafplaatsen te allen tijde rust en respect moet zijn. Omdat er in twee opeenvolgende stemmingen precies evenveel voor- als tegenstemmen waren, is de motie van tafel, want zo is het in Alkmaar: ’twee keer gelijkspel betekent: de prullenbak in.’

Levendigheid

In België is de voorstelling in augustus 2014 uitgevoerd op drie verschillende Antwerpse begraafplaatsen. “Ook hier zijn er wat klachten geweest,” vertelt Hendrik de Bouvere van de dienst Begraafplaatsen van de stad Antwerpen. “Mensen die er vragen bij hadden. Maar bij ons is het anders dan in Nederland, begraafplaatsen zijn van de overheid en de meerderheid van de graven hier zijn algemene graven, zeker 60 procent van de begravingen is voor de nabestaanden kosteloos. En niemand betaalt hier voor het onderhoud. De beslissing over een voorstelling is dus een overheidsbeslissing.”

De Bouvere heeft er alle begrip voor dat mensen raar aankijken tegen een dansvoorstelling op de begraafplaats, maar: “het is wel van deze tijd. Uiteraard mag het niet óp de graven, wel op de paden ertussen, dat vind ik geen probleem. Het thema van de voorstelling was dood en rouw, het was iets cultureels en ging over zingeving, ik zie dan geen probleem. Voor mij is de kern van de vraag toch: wat gaan we doen met onze begraafplaatsen?” (In Antwerpen wordt circa 70 procent gecremeerd, AK.) “Blijven het dode plekken? Of mag er een speeltuintje bij de kindergraven, mogen mensen er picknicken? Mag het levendiger?”

Choreografe Ann van den Broek zegt hetzelfde in De Standaard in augustus 2014: “In de westerse cultuur is de dood een taboe geworden. Dat is jammer, want een kerkhof is een monument waar zoveel herinneringen opgeslagen liggen. Het zou mooi zijn als men een kerkhof meer gaat gebruiken als een park, net zoals er in Mexico op Allerzielen wordt gefeest. Hier hebben mensen snel angst om oneerbiedig te zijn, maar wij proberen het gemis nu juist te accepteren als deel van het leven.”

Van Midwoud heeft niets tegen activiteiten op de begraafplaats, maar wil nogmaals benadrukken dat daarbij “altijd de emoties van de nabestaande in acht moeten worden genomen. Dat wil niet zeggen dat er helemaal geen activiteiten mogen zijn, maar niet te dicht bij het graf waar jouw geliefde ligt.”